CO₂Neutraal
Beleid3 juli 2026 · 7 min lezen

Carbon credits als private investeringscategorie

Vrijwillige koolstofmarkten groeien snel, maar voor beleggers is de kwaliteit van credits doorslaggevend. Hoe onderscheidt u waardevolle projecten van risicovolle?

De markt voor vrijwillige carbon credits heeft de afgelopen jaren een turbulente ontwikkeling doorgemaakt. Na jaren van groei volgde in 2023 en 2024 een vertrouwenscrisis, aangedreven door kritisch onderzoek naar de werkelijke impact van een aantal grootschalige bosprojecten. Dat heeft de markt niet gedood — maar het heeft de lat voor kwaliteit aanzienlijk verhoogd.

Wat maakt een credit waardevol?

De kernvraag bij elke carbon credit is additionaliteit: zou de CO₂-reductie ook zijn opgetreden zonder de opbrengsten uit de carbonmarkt? Een project dat toch al gepland was, of dat plaatsvindt in een gebied dat nooit werkelijk onder druk stond, levert geen echte klimaatwinst — ongeacht de certificering.

Daarnaast telt permanentie. Een herbebossingproject dat na vijftien jaar afbrandt of gekapt wordt, compenseert niets op de lange termijn. Bufferreserves en verzekeringsmechanismen zijn daarvoor de industrie-standaard geworden, maar de omvang varieert sterk per registry.

Registraties zijn niet gelijk

Verra (VCS) en Gold Standard zijn de meest gebruikte certificeringen, maar ook binnen die registraties loopt de projectkwaliteit sterk uiteen. De methodologie waaronder een project is gecertificeerd, de datum van certificering en de onafhankelijkheid van de verificateur zijn alle relevante factoren.

Projecten gecertificeerd vóór 2020 onder verouderde baselines verdienen extra scrutiny. De sector heeft sindsdien fors aangescherpt, maar oudere credits circuleren nog altijd in de markt.

Removal versus avoidance

Een onderscheid dat steeds vaker door kopers wordt gemaakt: vermijdt het project uitstoot (avoidance), of verwijdert het actief CO₂ uit de atmosfeer (removal)? Agroforestry en herbebossing zijn removal-projecten. Cookstove-projecten en beschermde bosgebieden zijn typisch avoidance.

Voor bedrijven die werken aan netto-nul doelstellingen conform de SBTi-richtlijnen is de trend duidelijk: compensatie via removal-credits wint terrein als aanvulling op structurele reductie.

Wat ik zie in de praktijk

Bij Green Earth Group ontwikkelen en beheren we projecten in Oeganda, Kenia en Kazachstan, gericht op agroforestry, herbebossing en ecosysteemherstel. Wat we dagelijks merken: de vraag naar verificeerbare, traceerbare credits met directe ecologische impact groeit — maar de bereidheid om een eerlijke prijs te betalen loopt nog achter.

De markt beweegt de goede kant op, maar kwaliteitsscheiding vraagt om educatie aan de koperskant. Bedrijven die carbon credits kopen als symbolisch gebaar betalen uiteindelijk twee keer: één keer voor de credit, één keer voor het reputatierisico.

Conclusie

Carbon credits zijn geen commodity. De prijsverschillen in de markt — van twee tot tweehonderd euro per ton — weerspiegelen echte kwaliteitsverschillen. Voor bedrijven en beleggers die dit instrument serieus willen inzetten, is due diligence op projectniveau geen luxe maar een vereiste.

Over de auteur

Selwyn Duijvestijn

CEO, Green Earth Group

Selwyn Duijvestijn is CEO van Green Earth Group, een beursgenoteerde onderneming gespecialiseerd in hoogwaardige natuur-gebaseerde koolstofprojecten. Met meer dan vijftien jaar ervaring als ondernemer en belegger leidt hij de transformatie van koolstofmarkten naar een schaalbaar financieringsmodel voor ecosysteemherstel. Hij schrijft over de rol van private kapitaalstromen in de klimaattransitie.

KoolstofmarktenNatuur-gebaseerde oplossingenKlimaatfinanceringESG-beleggen

Blijf op de hoogte

Maandelijks CO₂-nieuws voor Nederlands MKB.

Maandelijks. Geen spam. Afmelden kan altijd.