De Corporate Sustainability Reporting Directive, kortweg CSRD, is de nieuwe Europese wet die bedrijven verplicht uitgebreid te rapporteren over hun klimaat- en duurzaamheidsprestaties. Hoewel de directe verplichting voor grote ondernemingen geldt, worden MKB-bedrijven via drempelwaarden en keteneisen steeds vaker meegetrokken. Dit artikel legt uit wanneer en voor wie de CSRD geldt, wat de Omnibus-vereenvoudiging van 2026 precies verandert, welke emissies u moet rapporteren, welke praktische stappen u nu al kunt zetten, en welke gevolgen het heeft als u niets doet. Na het lezen van dit artikel weet u precies waar u staat en wat uw volgende stap is.
Wat is de CSRD en waarom bestaat ze?
De CSRD is de opvolger van de Non-Financial Reporting Directive, de NFRD, die in 2014 werd ingevoerd. De NFRD verplichtte grote beursgenoteerde bedrijven tot een beperkte duurzaamheidsrapportage, maar liet bedrijven vrij in de keuze van methoden en te behandelen onderwerpen. Het resultaat was een wirwar van onvergelijkbare rapportages die beleggers, banken en beleidsmakers nauwelijks konden interpreteren of vergelijken. Sommige bedrijven selecteerden bewust de positieve onderwerpen en lieten de moeilijke vraagstukken weg. Externe controle was niet verplicht, waardoor de betrouwbaarheid van de gerapporteerde informatie beperkt was.
De Europese Commissie heeft de CSRD ontwikkeld om drie specifieke tekortkomingen van de NFRD aan te pakken: de beperkte reikwijdte (veel bedrijven vielen buiten de NFRD), het gebrek aan standaardisering (geen vergelijkbaarheid van rapportages), en de afwezigheid van externe controle (geen onafhankelijke toetsing van de gerapporteerde informatie). De CSRD trad in werking op 5 januari 2023 en is inmiddels door alle EU-lidstaten geïmplementeerd in nationale wetgeving. Rapportages zijn gebaseerd op de Europese Sustainability Reporting Standards, de ESRS, die worden opgesteld door de European Financial Reporting Advisory Group.
Een cruciaal verschil met vroegere vrijwillige rapportages is dat de CSRD een externe zekerheidsverklaring vereist. Een onafhankelijke accountant of duurzaamheidsauditor moet de rapportage beoordelen op juistheid en volledigheid. In eerste instantie volstaat een beperkte mate van zekerheid, vergelijkbaar met een review. Op termijn wordt dit aangescherpt naar een hogere mate van zekerheid, vergelijkbaar met een volledige accountantscontrole. Dit maakt CSRD-rapportages aanzienlijk betrouwbaarder dan de vrijwillige duurzaamheidsverslagen die bedrijven tot nu toe publiceerden.
Wanneer geldt de CSRD voor MKB?
De CSRD heeft een gefaseerde invoering. De directe verplichtingen voor MKB gelden pas later in het traject, maar de keteneisen beginnen nu al voelbaar te worden voor kleine en middelgrote ondernemingen die leveren aan grote CSRD-plichtige bedrijven.
- Fase 1 (boekjaar 2024): grote beursgenoteerde bedrijven met meer dan 500 medewerkers die al onder de oude NFRD-richtlijn vielen. In Nederland gaat het om circa 80 grote ondernemingen. Zij rapporteren hun eerste CSRD-conforme verslag over 2024 in de loop van 2025.
- Fase 2 (boekjaar 2025, Omnibus-drempel): grote ondernemingen met meer dan 1.000 medewerkers en meer dan 450 miljoen euro netto-omzet. De Omnibus I-wetgeving van 2026 verhoogde dit van de oorspronkelijke drempel van meer dan 250 medewerkers bij twee van drie criteria. Bedrijven die alleen de omzetdrempel haalden maar minder dan 1.000 medewerkers hebben, vallen nu buiten de verplichting.
- Fase 3 (boekjaar 2026, implementatie verlengd): beursgenoteerde MKB met meer dan 50 medewerkers. Voor deze groep loopt de implementatiedeadline op door de Omnibus-wetgeving. Zij mogen rapporteren via een vereenvoudigde standaard die specifiek is ontworpen voor kleinere beursgenoteerde bedrijven.
- Niet-beursgenoteerd MKB met minder dan 1.000 medewerkers: valt buiten de directe CSRD-verplichtingen na de Omnibus-wijzigingen. Maar indirecte druk via klanten en financiers is wel degelijk aanwezig en neemt toe.
De Omnibus-vereenvoudiging van 2026 in detail
De Europese Commissie presenteerde op 26 februari 2025 het Omnibus I-pakket, een pakket met vereenvoudigingen van meerdere duurzaamheidsregelgevingen tegelijk: de CSRD, de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) en de EU-taxonomieverordening. Voor de CSRD was de meest ingrijpende wijziging de drastische verhoging van de drempelwaarden voor verplichte rapportage.
Onder de oorspronkelijke CSRD golden de fase 2-verplichtingen voor bedrijven die voldeden aan twee van drie criteria: meer dan 250 medewerkers, meer dan 50 miljoen euro netto-omzet, of meer dan 25 miljoen euro balanstotaal. Dat zou in Nederland betekenen dat duizenden middelgrote bedrijven onder de directe verplichting zouden vallen, met aanzienlijke administratieve lasten als gevolg. De Omnibus verhoogde dit naar een cumulatieve drempel van meer dan 1.000 medewerkers en meer dan 450 miljoen euro netto-omzet, waarbij beide criteria tegelijkertijd moeten worden gehaald. Dit beperkt de directe verplichting sterk tot de grootste ondernemingen.
De Omnibus-wetgeving was medio 2026 grotendeels politiek akkoord en wordt geïmplementeerd in de nationale wetgeving van de EU-lidstaten. De Europese Commissie heeft aangekondigd ook de implementatiedeadlines te verlengen om bedrijven meer tijd te geven voor voorbereiding. Voor bedrijven die al begonnen waren met voorbereidingen op basis van de oorspronkelijke lagere drempelwaarden, biedt dit extra ruimte, maar de strategische richting verandert nauwelijks: de keteneisen via grote klanten blijven volledig van kracht.
De indirecte CSRD-druk op MKB via de keten
Zelfs als u zelf buiten de directe verplichtingen valt, krijgt u als MKB-bedrijf te maken met CSRD via uw klanten. Grote bedrijven die CSRD-plichtig zijn, moeten hun scope 3-emissies rapporteren. Scope 3 omvat de CO₂-uitstoot in hun volledige waardeketen, zowel stroomopwaarts (inkoop van goederen en diensten, transport naar de fabriek) als stroomafwaarts (gebruik van producten door klanten, verwerking aan het einde van de levensduur).
Als leverancier van een CSRD-plichtig bedrijf bent u onderdeel van hun scope 3-rapportage. Dat heeft directe praktische gevolgen voor uw commerciële relatie:
- Uw grote klant vraagt u om een CO₂-voetafdruk per geleverd product of dienst, uitgedrukt als emissiefactor per producteenheid. Zonder die data kan uw klant zijn eigen ESRS E1-rapportage niet volledig of nauwkeurig maken.
- Leveranciers die geen data kunnen aanleveren, worden minder aantrekkelijk als ketenpartner. Sommige grote inkoopafdelingen hanteren al leveranciersscorecards waarbij CO₂-transparantie een expliciete beoordelingscriteria is naast prijs, kwaliteit en levertijd.
- Een eigen CO₂-inventaris wordt daarmee een commercieel voordeel, niet alleen een compliance-eis. Bedrijven die nu beginnen, bouwen een voorsprong op ten opzichte van concurrenten die de stap uitstellen tot de druk groter is.
- Banken en investeerders zijn zelf ook CSRD-plichtig of worden dat binnenkort. Zij moeten de duurzaamheid van hun leningenportefeuille en aandelenportefeuille rapporteren. Dat betekent dat uw financier bij de volgende herfinanciering of kredietaanvraag meer duurzaamheidsinformatie van u verwacht als onderdeel van de standaard kredietbeoordeling.
De CSRD bereikt het MKB niet via wetgeving, maar via de inkoopkriteria van hun grootste klanten. Wie geen CO₂-data kan leveren, verliest vroeg of laat de opdracht.
Wat moet u rapporteren? Scope 1, 2 en 3 uitgelegd
De Europese Sustainability Reporting Standard voor klimaat, ESRS E1, vereist rapportage over drie emissiecategorieen die samen de volledige CO₂-voetafdruk van uw organisatie vormen. Deze indeling is gebaseerd op het GHG Protocol Corporate Standard, de wereldwijde standaard voor CO₂-inventarisatie:
- Scope 1: directe emissies: de CO₂ die vrijkomt uit bronnen die u direct bezit of beheert. Voorbeelden zijn het stoken van aardgas in uw cv-ketel of industriele brander, het rijden met eigen bedrijfsauto's op fossiele brandstof, de emissies van koudemiddelen in uw koelinstallaties, en emissies uit productieprocessen die plaatsvinden op uw eigen terrein. Scope 1 is de categorie die u het best zelf kunt meten via uw gasrekening en brandstofbonnen, en ook direct kunt beïnvloeden door over te stappen op elektrische alternatieven of hernieuwbare brandstof.
- Scope 2: indirecte energie-emissies: de CO₂ die vrijkomt bij de opwekking van de elektriciteit, warmte of stoom die u inkoopt en verbruikt. U stoot deze emissies zelf niet uit, want ze vinden elders op het net of in de energiecentrale plaats, maar ze zijn het directe gevolg van uw energieverbruik. Door over te stappen op gecertificeerde groene stroom of eigen zonnepanelen kunt u scope 2 snel naar nul brengen.
- Scope 3: ketengebonden emissies: alle overige uitstoot in uw waardeketen, stroomopwaarts en stroomafwaarts. Dit omvat de emissies van ingekochte grondstoffen en diensten, het transport van en naar uw bedrijf, zakenreizen van medewerkers per vliegtuig en auto, woon-werkverkeer, het gebruik van uw producten door klanten, en de verwerking van uw producten aan het einde van hun levensduur.
Scope 3 is doorgaans de grootste en de moeilijkst te meten categorie. Voor een gemiddeld kantoor- of dienstverlenend bedrijf vertegenwoordigt scope 3 meer dan 80 procent van de totale CO₂-voetafdruk. Voor productiebedrijven in sectoren met grondstofintensieve ketens kan scope 3 oplopen tot 95 procent van de totale uitstoot. Het GHG Protocol onderscheidt 15 subcategorieen van scope 3, waaruit bedrijven de voor hen meest relevante categorieen selecteren op basis van materialiteit.
Drempelwaarden na Omnibus: valt uw bedrijf erin?
Na de Omnibus-vereenvoudiging gelden de volgende drempelwaarden voor verplichte CSRD-rapportage als groot bedrijf:
- Meer dan 1.000 medewerkers in voltijdsequivalenten, en
- Meer dan 450 miljoen euro netto-omzet
Beide criteria moeten tegelijkertijd worden gehaald. Voldoet u aan beide? Dan bent u CSRD-plichtig als groot bedrijf en valt u onder fase 2 van de invoering, te starten met boekjaar 2025. De oorspronkelijke drempel van twee uit drie criteria (meer dan 250 medewerkers, meer dan 50 miljoen euro omzet, meer dan 25 miljoen euro balanstotaal) is door de Omnibus-wetgeving vervangen door de strengere dubbele drempel.
Beursgenoteerde MKB met 50 tot 249 medewerkers vallen nog wel onder fase 3 van de invoering, maar kunnen gebruik maken van een vereenvoudigde rapportagestandaard voor beursgenoteerde kleine en middelgrote ondernemingen. Controleer ook of uw bedrijf onderdeel is van een grotere groep. Als u een dochteronderneming bent van een concern dat als geheel boven de drempel komt, kan de groep als geheel CSRD-plichtig zijn, wat ook gevolgen heeft voor de informatieverstrekking vanuit dochterondernemingen naar de consoliderende moeder.
Praktische stappen voor MKB nu
Ook als de formele verplichting voor u nog ver weg lijkt, loont het om alvast te beginnen. De bedrijven die nu de fundering leggen, hoeven straks niet meer in de file te staan bij adviseurs en accountants wanneer de deadline nadert. Hier zijn vijf concrete stappen die u vandaag kunt zetten:
- Maak een CO₂-inventaris voor scope 1 en 2: verzamel energierekeningen van het afgelopen jaar. Bereken uw aardgasverbruik in kubieke meters, omrekenen naar CO₂ via de emissiefactor van 1,884 kg CO₂ per kubieke meter aardgas, en uw elektriciteitsverbruik in kWh, omrekenen naar CO₂ via de jaarlijkse CBS-netfactor voor Nederland. Dit is de fundering voor alles wat volgt en neemt voor een gemiddeld MKB-bedrijf twee tot vier werkdagen in beslag bij een geordende administratie.
- Breng uw grootste scope 3-categorie in kaart: voor de meeste MKB-bedrijven zijn de zwaarste scope 3-categorieen zakenreizen, woon-werkverkeer van medewerkers, of de inkoop van goederen en diensten. Begin met de post die het meest weegt in absolute emissietermen en gebruik de spend-based methode voor een eerste schatting.
- Documenteer uw aanpak in een CO₂-reductieplan: zelfs een eenvoudig document met uw huidige uitstoot, uw reductiedoelen voor de komende drie jaar en de concrete maatregelen die u gaat nemen, maakt u aantrekkelijker als leverancier. Grote klanten vragen steeds vaker naar een CO₂-reductieplan als onderdeel van hun leveranciersbeoordeling en kwalificatieproces.
- Vraag uw brancheorganisatie naar sectorspecifieke tools: veel sectoren beschikken over toegankelijke CO₂-calculators, sectorgemiddelde emissiefactoren en best-practice voorbeelden die de dataverzameling voor scope 3 aanzienlijk vereenvoudigen. Uw brancheorganisatie kan u ook in contact brengen met andere MKB-bedrijven in de sector die dit traject al hebben doorlopen.
- Oriënteer u op de VSME-standaard: de Voluntary Sustainability Reporting Standard for SMEs is een vereenvoudigd rapportageraamwerk voor MKB dat steeds vaker door grote klanten wordt gevraagd als basis voor keteninformatie. Door de VSME te gebruiken, sluit u aan bij een erkende Europese standaard die vergelijkbaar is en door accountants kan worden beoordeeld, en geeft u uw klanten de informatie in een formaat dat zij herkennen en kunnen verwerken.
Kosten van CSRD-voorbereiding voor MKB
Wat kost het om CSRD-gereed te worden? Dat hangt sterk af van uw huidige startpositie en de omvang van uw bedrijf. Bedrijven die al beschikken over een energiemanagementsysteem, een gestructureerde wagenparkoverzicht en een geordende financiële administratie hebben een groot voordeel. Globale bandbreedtes voor een MKB-bedrijf van 50 tot 250 medewerkers:
- Interne tijdsinvestering voor scope 1 en 2 inventaris: 5 tot 10 werkdagen voor de eerste opzet, daarna 1 tot 2 werkdagen per kwartaal voor actualisering en kwaliteitscontrole van de data.
- Externe begeleiding door een consultant: 3.000 tot 15.000 euro voor begeleiding van de eerste CO₂-inventaris inclusief de meest relevante scope 3-categorieen en opstellen van een basisrapport dat u kunt gebruiken voor klantcommunicatie.
- Software voor CO₂-monitoring: 1.500 tot 6.000 euro per jaar voor een professioneel SaaS-platform, of gratis via spreadsheetmodellen van overheidswebsites en brancheorganisaties voor wie de basis wil leggen zonder directe softwareinvestering.
Steeds meer brancheorganisaties en Kamers van Koophandel bieden gratis of gesubsidieerde starterscursussen en tools voor CO₂-inventarisatie aan, specifiek gericht op het MKB. De EU heeft bovendien MKB-ondersteuningsprogramma's aangekondigd als onderdeel van de bredere CSRD-implementatie, waaronder toegang tot vereenvoudigde rapportagetools en sectorspecifieke databibliotheken met emissiefactoren.
Wat zijn de gevolgen als u niets doet?
Bedrijven die direct onder CSRD vallen en niet of onvolledig rapporteren, riskeren bestuurlijke sancties via de nationale toezichthouder. In Nederland is de Autoriteit Financiele Markten verantwoordelijk voor het toezicht op beursgenoteerde bedrijven. De AFM heeft bevoegdheden om onderzoeken in te stellen, aanwijzingen te geven en boetes op te leggen. Onjuiste of misleidende duurzaamheidsrapportages vallen bovendien onder de Europese milieuclaim-regelgeving (Richtlijn (EU) 2024/825), die misleidende groenclaims verbiedt en consumenten het recht geeft op verhaal.
Voor niet-plichtig MKB zijn de directe wettelijke gevolgen beperkt, maar de commerciële en financiële consequenties kunnen op termijn zwaarder wegen. Verlies van klanten die u als leverancier weren omdat u geen CO₂-data kunt aanleveren, hogere financieringskosten bij banken die ESG-criteria integreren in hun kredietnormen, uitsluiting van overheidsaanbestedingen die duurzaamheidseisen stellen via de CO₂-Prestatieladder, en moeite bij het aantrekken van talent dat steeds meer let op de duurzaamheidsprestaties van werkgevers. Al deze factoren bij elkaar maken dat de kosten van niets doen op termijn hoger uitvallen dan de kosten van vroegtijdige voorbereiding.
Kansen voor MKB in de CSRD-transitie
De CSRD is niet alleen een compliance-last. Voor MKB-bedrijven die vroeg beginnen, biedt de transitie ook echte commerciële en strategische kansen. Bedrijven met een transparante CO₂-inventaris en een helder reductieplan onderscheiden zich van concurrenten in de leveranciersselectie van grote opdrachtgevers. Ze bouwen eerder een vertrouwensrelatie op met financiers die steeds meer waarde hechten aan ESG-prestaties bij hun kredietbeoordelingen.
Ze ontdekken via de inventarisatie ook concrete mogelijkheden voor kostenbesparingen, want energie-efficiëntiemaatregelen die CO₂ reduceren, verlagen tegelijkertijd de energierekening. Een CO₂-reductieplan dat start met isolatie en LED-verlichting levert niet alleen minder emissies op, maar ook lagere operationele kosten die de terugverdientijd van de investering verkorten. Transparantie over CO₂-prestaties kan bovendien leiden tot premiumpositionering bij klanten die bereid zijn meer te betalen voor producten of diensten met een aantoonbaar lagere koolstofvoetafdruk.
Bovendien loopt de overgang naar een lage-koolstofeconomie in de komende decennia onvermijdelijk door, ongeacht de exacte details van de CSRD-wetgeving of de Omnibus-wijzigingen. CO₂-beprijzing via het Europese emissiehandelssysteem ETS, koolstofgrensheffingen via het CBAM-mechanisme en marktdruk vanuit consumenten en investeerders maken koolstof een groeiende kostenfactor voor bedrijven in alle sectoren. Bedrijven die nu investeren in het begrijpen en reduceren van hun CO₂-voetafdruk, bouwen veerkracht op voor een toekomst waarin duurzaamheid niet langer een keuze is maar een basisvereiste voor ondernemen in de Europese interne markt.
Over de auteur
Redactie CO₂Neutraal.com
Team van domeinexperts
De redactie van CO₂Neutraal.com bestaat uit een team van domeinexperts met expertise in klimaatstrategie, CO₂-reductie, duurzame financiering en Europese regelgeving. Artikelen komen tot stand op basis van wetenschappelijke literatuur, beleidsdocumenten, normdocumentatie en sectorrapportages.