Kort antwoord
Na de Omnibus-vereenvoudiging (2026) geldt de CSRD-rapportageplicht voor bedrijven met meer dan 1.000 medewerkers én meer dan 450 miljoen euro omzet. Kleinere bedrijven vallen buiten de directe verplichting, maar worden via de toeleveringsketen al geconfronteerd met dezelfde eisen.
De Corporate Sustainability Reporting Directive, kortweg CSRD, is de meest ingrijpende Europese regelgeving op het gebied van duurzaamheidsrapportage ooit. In werking getreden in 2024, verplicht zij grote Europese bedrijven om uitgebreid te rapporteren over hun impact op klimaat, mensen en milieu. Maar ook MKB-bedrijven die zelf buiten de directe verplichtingen vallen, worden via de keten steeds vaker geconfronteerd met CSRD-eisen van hun klanten. In dit artikel leest u wat de CSRD precies inhoudt, wie er direct onder valt na de Omnibus-vereenvoudiging van 2026, welke standaarden worden gehanteerd, en welke concrete stappen u als MKB-ondernemer vandaag al kunt zetten om voorbereid te zijn.
Achtergrond: waarom bestaat de CSRD?
De CSRD vervangt de Non-Financial Reporting Directive (NFRD) uit 2014. Die richtlijn gold slechts voor grote beursgenoteerde bedrijven en bevatte weinig specificaties over hoe te rapporteren. Het resultaat was een lappendeken van onvergelijkbare duurzaamheidsrapportages die beleggers, banken en andere stakeholders moeilijk konden vergelijken of controleren. Bedrijven rapporteerden over de onderwerpen die hen het beste uitkwamen, met methoden die ze zelf kozen, en extern gecontroleerd werd er nauwelijks.
De Europese Commissie ontwikkelde de CSRD met drie doelen: vergelijkbaarheid, betrouwbaarheid en uitgebreidheid van duurzaamheidsdata. Door alle grote bedrijven verplicht te laten rapporteren volgens gestandaardiseerde ESRS-standaarden, ontstaat een databron die beleggers en financiers kunnen gebruiken om duurzaamheidsrisico's en kansen te beoordelen. De CSRD is onderdeel van de bredere Europese Green Deal en de EU-taxonomie voor duurzame financiering. De gedachte is dat transparante duurzaamheidsdata kapitaal richting duurzame activiteiten stuurt: banken, pensioenfondsen en investeringsfondsen moeten hun eigen duurzaamheidsblootstelling rapporteren en hebben dus behoefte aan betrouwbare data van de bedrijven waarin ze investeren of die ze financieren.
De CSRD ging van kracht op 5 januari 2023 en is inmiddels geimplementeerd in de nationale wetgeving van alle EU-lidstaten. Een fundamenteel verschil met vroegere vrijwillige duurzaamheidsrapportages is dat de CSRD een externe zekerheidsverklaring vereist. Een onafhankelijke accountant of duurzaamheidsauditor dient een oordeel te geven over de juistheid en volledigheid van de rapportage. Schattingen en aannames moeten onderbouwd zijn, brongegevens moeten traceerbaar zijn, en de methoden moeten consistent zijn met erkende standaarden zoals het GHG Protocol Corporate Standard van het World Resources Institute.
Wie valt er direct onder CSRD?
De CSRD kent een gefaseerde invoering. Na de Omnibus-vereenvoudiging gelden de directe verplichtingen voor de volgende groepen:
- Fase 1 (boekjaar 2024, ongewijzigd): grote beursgenoteerde bedrijven met meer dan 500 medewerkers die al onder de oude NFRD-richtlijn vielen. In Nederland gaat het om circa 80 grote ondernemingen zoals ASML, Philips, ING en ABN AMRO. Zij publiceren hun eerste CSRD-conforme verslagen over 2024 in de loop van 2025.
- Fase 2 (boekjaar 2025, Omnibus-drempel): grote ondernemingen met meer dan 1.000 medewerkers en meer dan 450 miljoen euro netto-omzet. De Omnibus verhoogde dit van de oorspronkelijke drempel van meer dan 250 medewerkers met twee van drie criteria. Bedrijven die alleen de omzetdrempel haalden maar minder dan 1.000 medewerkers hebben, vallen hierdoor buiten de verplichting.
- Fase 3 (boekjaar 2026, uitgesteld): beursgenoteerde MKB met meer dan 50 medewerkers. Voor deze groep loopt de deadline mogelijk op door de Omnibus-wetgeving. Zij mogen gebruik maken van een vereenvoudigde rapportagestandaard specifiek voor kleinere beursgenoteerde bedrijven.
- Fase 4 (boekjaar 2028): niet-EU bedrijven met significante EU-activiteiten, namelijk meer dan 450 miljoen euro netto-omzet in de Europese Unie.
Een gemiddeld Nederlands MKB-bedrijf met minder dan 1.000 medewerkers valt niet direct onder CSRD na de Omnibus-wijzigingen. Maar de indirecte impact is al volop merkbaar, omdat grote CSRD-plichtige klanten hun eigen ketendata nodig hebben om hun scope 3-rapportage te kunnen completeren. Dat kettingeffect wordt verderop uitgebreid beschreven.
Dubbele materialiteit: de kern van CSRD-rapportage
Een van de meest onderscheidende elementen van de CSRD is het principe van dubbele materialiteit. Traditionele financiële rapportages zijn eenrichtingsverkeer: ze beschrijven hoe externe factoren het bedrijf beinvloeden. De CSRD vereist dat u ook de andere kant rapporteert: hoe beinvloedt uw bedrijf de wereld om u heen?
Dubbele materialiteit bestaat uit twee dimensies:
- Financiele materialiteit (outside-in): welke duurzaamheidsrisico's en kansen zijn financieel materieel voor uw bedrijf? Denk aan de risico's van extreme weersgebeurtenissen op uw vastgoed, de stijgende CO₂-prijs op uw productiekosten, of de kansen van de energietransitie voor uw marktpositie. Dit zijn risico's die de financiële resultaten en het voortbestaan van uw bedrijf kunnen beinvloeden.
- Impact materialiteit (inside-out): welke significante impact heeft uw bedrijf op het klimaat, op mensen en op de natuur? Dit omvat uw uitstoot van broeikasgassen, uw invloed op biodiversiteit, de arbeidsomstandigheden in uw toeleveringsketen en andere duurzaamheidsthema's waarop uw activiteiten een meetbare invloed hebben.
Op basis van deze dubbele materialiteitsanalyse bepaalt u welke ESRS-standaarden voor u van toepassing zijn en in welke mate u over elk thema rapporteert. Een productiebedrijf in de zware industrie zal andere thema's materieel vinden dan een financiële dienstverlener. De materialiteitsanalyse is daarmee de sleutel tot proportionele en relevante CSRD-rapportage, en vormt de basis van uw volledige rapportagestructuur.
De ESRS-standaarden in detail
De Europese Sustainability Reporting Standards zijn de technische standaarden waarop CSRD-rapportages worden gebaseerd. Ze zijn ontwikkeld door de European Financial Reporting Advisory Group (EFRAG) en bestaan uit twee lagen:
- Sectoroverstijgende ESRS (ESRS 1 en ESRS 2): gelden voor alle bedrijven. ESRS 1 legt de grondslagen en principes vast; ESRS 2 beschrijft de verplichte basisinformatie over bestuur, strategie, materialiteit en risicobeheersing die elk bedrijf moet opnemen, ongeacht de uitkomst van de materialiteitsanalyse.
- Thematische ESRS: elke standaard behandelt een specifiek duurzaamheidsthema. Voor klimaat is ESRS E1 de kernstandaard. Andere thematische standaarden gaan over biodiversiteit (ESRS E4), watergebruik (ESRS E3), circulaire economie (ESRS E5), werknemersrechten (ESRS S1), mensenrechten in de keten (ESRS S2), gemeenschappen (ESRS S3) en bestuurlijke integriteit (ESRS G1).
ESRS E1, de klimaatstandaard, is voor de meeste bedrijven de zwaarste en meest uitgebreide standaard. Het vereist rapportage over de volledige CO₂-voetafdruk in scope 1, 2 en 3, een klimaattransitieplan in lijn met het Akkoord van Parijs van maximaal 1,5 graad opwarming, kwantitatieve reductiedoelen met een tijdspad voor 2030 en 2050, de identificatie van klimaatrisico's conform de TCFD-methodologie, en de financiële impact van klimaatrisico's op de balans. Deze eisen gaan aanzienlijk verder dan wat de meeste bedrijven tot nu toe vrijwillig rapporteerden in hun jaarlijkse duurzaamheidsverslagen.
De indirecte impact op MKB via de keten
Grote bedrijven die CSRD-plichtig zijn, zijn verplicht hun scope 3-emissies in kaart te brengen. Scope 3 omvat alle ketengebonden emissies, van ingekochte grondstoffen en productieprocessen bij toeleveranciers tot het transport van producten en het gebruik van producten door eindklanten. Als u leverancier bent van een CSRD-plichtig bedrijf, wordt uw eigen CO₂-uitstoot onderdeel van hun scope 3-rapportage. Dat leidt tot een kettingeffect door de hele toeleveringsketen:
- Uw grote klant vraagt u om CO₂-data over geleverde producten of diensten, bij voorkeur als CO₂-voetafdruk per producteenheid. Dit wordt een productspecifieke emissiefactor genoemd en is de bouwsteen voor hun scope 3-berekening conform ESRS E1.
- Selectie op duurzaamheidsprestaties wordt een inkoopcriterium. Grote bedrijven die willen voldoen aan hun ESRS-verplichtingen hebben er commercieel belang bij leveranciers te kiezen die hun emissies begrijpen en actief reduceren.
- Bedrijven zonder inzicht in hun eigen voetafdruk verliezen concurrentiepositie ten opzichte van vergelijkbare leveranciers die al transparant communiceren over hun duurzaamheidsprestaties.
- Financiers en investeerders vragen MKB-bedrijven steeds vaker om duurzaamheidsdata bij kredietaanvragen en investeringsbeslissingen. Banken zijn zelf CSRD-plichtig en moeten de duurzaamheid van hun leningenportefeuille rapporteren, wat doorwerkt in de kredietcriteria voor zakelijke leningen en hypotheken op bedrijfspanden.
De CSRD werkt daarmee als een waterval door de keten. Grote bedrijven trekken de eisen door naar hun leveranciers, die op hun beurt weer bij hun eigen toeleveranciers terechtkomen. De druk neemt toe naarmate CSRD verder wordt ingefaseerd en meer grote bedrijven hun scope 3-meting professionaliseren met specifiekere emissiefactoren in plaats van sectorgemiddelden.
CSRD raakt u niet via wetgeving maar via uw klanten. Wie geen CO₂-data kan aanleveren, verliest de opdracht aan een concurrent die dat wel kan.
Wat rapporteert u onder CSRD?
CSRD-plichtige bedrijven rapporteren via de Europese Sustainability Reporting Standards. Voor klimaat is ESRS E1 de kernstandaard, met eisen op het gebied van:
- CO₂-voetafdruk in scope 1, 2 en 3, uitgedrukt in ton CO₂-equivalenten, inclusief vergelijkingscijfers voor het voorgaande jaar en een toelichting op de gebruikte methoden en grenzen
- Klimaatrisico's en kansen, zowel transitierisico's (beleidswijzigingen, CO₂-prijs, technologische veranderingen) als fysieke risico's (overstromingen, extreme hitte, droogte, zeespiegelstijging)
- Klimaattransitieplan en reductiedoelen die aansluiten bij het Akkoord van Parijs, inclusief tussentijdse mijlpalen voor 2025, 2030 en 2040
- Energieverbruik en energiemix, inclusief het aandeel hernieuwbare energie in de totale energieconsumptie en de bijdrage aan het Europese energietransitiedoel
- Financiele impact van klimaatrisico's op de balans, de winst-en-verliesrekening en de kasstromen op korte, middellange en lange termijn
- Betrokkenheid van het bestuur en de Raad van Commissarissen bij klimaatstrategie en klimaatrisicobeheer, inclusief specifieke verantwoordelijkheden en expertise
Naast klimaat kunnen ook andere ESRS-thema's materieel zijn voor uw bedrijf, afhankelijk van de sector en uw specifieke activiteiten. De materialiteitsanalyse bepaalt welke thema's u uitgebreid rapporteert en welke u als niet-materieel mag verklaren met een motivering.
De zekerheidsverklaring: assurance als nieuw vereiste
Een cruciaal verschil tussen CSRD en de vrijwillige duurzaamheidsrapportages van voor 2024 is de verplichting tot externe zekerheidsverklaring. Een onafhankelijke accountant of gespecialiseerde duurzaamheidsauditor dient een oordeel te geven over de juistheid en volledigheid van de CSRD-rapportage. In eerste instantie volstaat een beperkte mate van zekerheid, vergelijkbaar met een review van de jaarrekening. Op termijn wordt dit aangescherpt naar een hogere mate van zekerheid, vergelijkbaar met een volledige accountantscontrole van de jaarcijfers.
Dit betekent dat de kwaliteit van uw data en processen aan accountantsstandaarden moet voldoen. Schattingen en aannames moeten onderbouwd en gedocumenteerd zijn, brongegevens moeten traceerbaar zijn tot aan de oorspronkelijke metingen, en de methoden moeten consistent zijn met erkende standaarden. Voor bedrijven die gewend zijn aan vrijwillige rapportages zonder externe controle is dit een aanzienlijke stap omhoog in kwaliteitseisen en bijbehorende kosten voor interne administratie en externe accountancy.
Wat kunt u nu al doen als MKB?
Voorbereiding loont, ook zonder directe verplichting. De bedrijven die nu beginnen, hebben een groot voordeel ten opzichte van degenen die wachten tot de formele deadline nadert en alle adviseurs tegelijk druk bezet zijn. Hier zijn zes concrete stappen die u vandaag kunt zetten:
- Start met een CO₂-inventaris voor scope 1 en 2: verzamel energierekeningen van het afgelopen boekjaar, bereken uw gasverbruik, elektriciteitsverbruik en brandstofverbruik van het wagenpark, en zet deze om naar CO₂-emissies met erkende emissiefactoren. Dit is de fundering voor alles wat volgt en neemt voor een gemiddeld MKB-bedrijf twee tot vier werkdagen in beslag.
- Breng uw grootste scope 3-categorie in kaart: voor de meeste MKB-bedrijven zijn dat zakenreizen, woon-werkverkeer van medewerkers, of de inkoop van goederen en diensten. Begin met de post die het zwaarst weegt in absolute emissietermen en bouw van daaruit verder naar een volledigere scope 3-inventarisatie.
- Verzamel productemissiedata als u producten levert: grote klanten zullen vragen om de CO₂-voetafdruk per geleverde eenheid. Dit vereist een productgebonden levenscyclusanalyse of op zijn minst een goede schatting op basis van sectorgemiddelden uit erkende Europese emissiedatabases.
- Documenteer uw aanpak in een CO₂-reductieplan: zelfs een eenvoudig plan met doelen voor de komende drie jaar maakt u aantrekkelijker als leverancier voor CSRD-plichtige klanten. Het toont aan dat u de uitstoot begrijpt en actief werkt aan verbetering, niet alleen meet en rapporteert.
- Bekijk uw eigen leveranciers: als CSRD stroomafwaarts werkt in de keten, werkt het ook stroomopwaarts. U wilt weten hoe uw inkoop uw eigen voetafdruk beinvloedt, en u kunt leveranciers vragen om hun emissiedata te delen via erkende standaardformulieren of platforms.
- Investeer in de juiste tools: er zijn steeds meer softwareoplossingen beschikbaar voor CO₂-inventarisatie die speciaal gericht zijn op het MKB, van eenvoudige spreadsheetmodellen tot cloudoplossingen die data automatisch aggregeren vanuit energiesystemen en financiële administraties. Uw brancheorganisatie heeft mogelijk een aanbeveling voor uw specifieke sector.
Vrijstellingen en vereenvoudigde standaarden voor MKB
De Europese Commissie heeft een Voluntary Sustainability Reporting Standard for SMEs (VSME) ontwikkeld: een vereenvoudigde standaard speciaal voor het MKB. De VSME is niet wettelijk verplicht, maar geeft kleinere bedrijven een erkend raamwerk om te rapporteren als klanten daarnaar vragen. De standaard bestaat uit twee modules:
- Basismodule: een compacte set van circa 50 datapunten die de meest relevante duurzaamheidsinformatie voor MKB omvat, inclusief CO₂-emissies in scope 1 en 2, energieverbruik, basisinformatie over personeel en arbeidsomstandigheden, en governanceinformatie over de rollen en verantwoordelijkheden van het bestuur op het gebied van duurzaamheid.
- Uitgebreide module (PAT): een meer gedetailleerde set voor MKB-bedrijven die diepgaandere rapportage willen bieden, of waarvan klanten specifieke ESRS-gerelateerde data opvragen voor hun scope 3-berekening. De PAT-module is vergelijkbaar met wat grote klanten op basis van ESRS E1 nodig hebben van hun toeleveranciers.
Meerdere grote Nederlandse bedrijven gaan hun toeleveringsketen vragen de VSME-module te gebruiken als basis voor keteninformatie. Door de VSME te gebruiken, sluit u aan bij een erkende Europese standaard die vergelijkbaar is en door accountants kan worden beoordeeld. De VSME vormt daarmee een brug tussen de vrijwillige MKB-rapportage en de formele CSRD-eisen waarmee uw grote klanten te maken hebben.
CSRD en de relatie met andere kaders
CSRD staat niet op zichzelf. Het sluit aan bij of bouwt voort op een aantal andere belangrijke duurzaamheidskaders die u als bedrijf al kunt kennen:
- EU-taxonomie voor duurzame financiering: de EU-taxonomie classificeert economische activiteiten als duurzaam of niet-duurzaam op basis van zes milieudoelstellingen. CSRD-rapportages van grote bedrijven bevatten verplichte taxonomie-alignmentscores, die aangeven welk deel van de omzet, capex en opex als duurzaam kwalificeert voor beleggers en financiers.
- Science Based Targets (SBTi): een internationaal erkende methode voor het vaststellen van CO₂-reductiedoelen in lijn met de klimaatwetenschap. Steeds meer CSRD-plichtige bedrijven laten hun reductiedoelen valideren door de SBTi en vragen hun leveranciers om ook een Science Based Target te hebben of na te streven als onderdeel van de ketenafspraken.
- CO₂-Prestatieladder: een Nederlandse certificeringsstandaard die populair is bij aanbestedende diensten en overheidsopdrachtgevers. De ladder hanteert een vergelijkbare scope-indeling als het GHG Protocol en CSRD, en kan dienen als opstap naar meer uitgebreide CSRD-rapportage.
- ISO 14001 en ISO 14064: internationale milieumanagementsystemen die helpen bij het opzetten van gestructureerde processen voor CO₂-inventarisatie en -reductie. Een ISO 14064-gecertificeerde inventaris voldoet al aan veel van de methodologische vereisten van ESRS E1.
Kosten en tijdsinvestering van CSRD-voorbereiding
Een veelgestelde vraag is: wat kost het om CSRD-gereed te worden? De kosten hangen sterk af van de omvang van uw bedrijf, de complexiteit van uw waardeketen en de huidige staat van uw duurzaamheidsdata. Voor een gemiddeld MKB-bedrijf met 50 tot 250 medewerkers zijn de volgende bandbreedtes indicatief:
- Interne tijdsinvestering voor de eerste CO₂-inventaris (scope 1 en 2): 5 tot 10 werkdagen, afhankelijk van de beschikbaarheid en kwaliteit van bestaande energiedata en de samenwerking met de financiële administratie.
- Externe begeleiding door een consultant of duurzaamheidsadviseur: 5.000 tot 20.000 euro voor een volledige materialiteitsanalyse en eerste CO₂-inventaris inclusief de meest relevante scope 3-categorieen, afhankelijk van de complexiteit van de waardeketen.
- Software voor CO₂-monitoring en rapportage: 2.000 tot 8.000 euro per jaar voor een professionele SaaS-oplossing die integraties biedt met energiemanagementsystemen en financiële administraties.
- Accountantskosten voor limited assurance (alleen voor direct CSRD-plichtige bedrijven): 15.000 tot 50.000 euro per jaar, afhankelijk van de omvang en de complexiteit van de scope 3-rapportage en het aantal externe databronnnen.
Voor MKB-bedrijven die niet direct CSRD-plichtig zijn maar wel willen voldoen aan de keteninformatie-eisen van hun grote klanten, volstaat vaak een lagere investering. Een goede basislijn van scope 1 en 2, aangevuld met de meest relevante scope 3-categorieen voor uw sector, is voor de meeste klanten al een sterke positie en een overtuigend bewijs van serieuze aanpak.
Over de auteur
Redactie CO₂Neutraal.com
Team van domeinexperts
De redactie van CO₂Neutraal.com bestaat uit een team van domeinexperts met expertise in klimaatstrategie, CO₂-reductie, duurzame financiering en Europese regelgeving. Artikelen komen tot stand op basis van wetenschappelijke literatuur, beleidsdocumenten, normdocumentatie en sectorrapportages.