Science Based Targets (SBTs) zijn emissiereductiedoelstellingen die in lijn zijn met wat de klimaatwetenschap noodzakelijk acht om de opwarming te beperken tot 1,5°C. Ze worden vastgesteld via de SBTi — het Science Based Targets initiative, een samenwerking tussen CDP, UNGC, WRI en WWF. Het SBTi is inmiddels de internationale standaard geworden voor bedrijfsklimaatstrategie: meer dan 7.000 bedrijven wereldwijd hebben een goedgekeurd of ingediend doel, en dat aantal groeit elk kwartaal.
Wat een SBT precies inhoudt
Een SBT is geen algemene duurzaamheidsbelofte. Het is een kwantitatief reductiepad voor scope 1, 2 en de relevante scope 3 categorieën, berekend op basis van uw sector en uw uitgangssituatie. De reductie wordt gemeten ten opzichte van een basisjaar en loopt door tot 2030 of 2050, afhankelijk van de gekozen ambitie.
Voor grote bedrijven geldt dat scope 3 verplicht meegenomen moet worden als die meer dan 40 procent van de totale uitstoot uitmaken — wat bij de meeste bedrijven het geval is. Voor het MKB is scope 3 aanbevolen maar niet altijd verplicht voor de initiële validatie.
Belangrijk om te begrijpen: een SBT is geen marketingkeurmerk. Het is een wetenschappelijk onderbouwde verplichting waaraan u jaarlijks verantwoording moet afleggen. Wie een commitment aanmeldt bij het SBTi maar vervolgens niet rapporteert of zijn doel niet haalt, riskiert verwijdering van de publieke lijst — wat reputatieschade oplevert bij precies de stakeholders die u probeerde te overtuigen.
Het SBTi Corporate Net-Zero Standard
In 2021 lanceerde het SBTi de Corporate Net-Zero Standard — een uitgebreider raamwerk naast de eerdere near-term doelstellingen. De Net-Zero Standard vereist twee doelniveaus: een near-term doel voor 2030 én een long-term doel voor 2050, met minimaal 90 procent reductie van alle scopes. De resterende 10 procent mag worden gecompenseerd via hoogwaardige permanente koolstofverwijdering — niet via gewone carbon offsets.
| Doeltype | Tijdshorizon | Minimale reductie | Scope dekking |
|---|---|---|---|
| Near-term SBT | 5–10 jaar (uiterlijk 2030) | 42% scope 1+2; 25% scope 3 | Scope 1, 2, relevante scope 3 |
| Long-term SBT (Net-Zero) | Uiterlijk 2050 | 90% van alle scopes | Scope 1, 2 én 3 verplicht |
| SME-route | Uiterlijk 2030 | 42% scope 1+2 | Scope 1+2 verplicht, scope 3 aanbevolen |
Near-term versus long-term doelstellingen
De meeste bedrijven die net beginnen, richten zich eerst op een near-term target: een concrete reductie vóór 2030. Dit is het meest urgente doel omdat de komende tien jaar wetenschappelijk gezien het cruciale decennium zijn voor klimaatactie.
Een near-term doel van 42 procent in scope 1 en 2 is gebaseerd op het 1,5°C-scenario van het IPCC. Dit is geen willekeurig getal — het is afgeleid van de absolute emissiereducties die wereldwijd nodig zijn om de gemiddelde temperatuurstijging onder het Parijs-plafond te houden. Uw bedrijf krijgt daarbinnen een 'koolstofbudget' toebedeeld op basis van sectorgewicht en basisjaaremissies.
Een long-term target is voor de meeste MKB-bedrijven pas relevant na 2030. Toch is het verstandig er nu al over na te denken: de technologische en infrastructurele keuzes die u de komende jaren maakt — warmtepompen, elektrisch wagenpark, zonnepanelen — bepalen hoeveel van uw scope 1 uitstoot in 2040 nog over is.
Sectorpaden: waarom uw sector bepalend is
Het SBTi hanteert sectorspecifieke methoden voor bedrijven in sectoren met procesgebonden emissies. Voor de meeste MKB-sectoren — zakelijke dienstverlening, retail, bouw, logistiek — volstaat de generieke methode. Maar voor bijvoorbeeld de cement-, staal- of chemiesector zijn er aparte sectorpaden met eigen baselines en reductieratio's.
Waarom maakt de sector uit? Omdat het reductietempo dat van u gevraagd wordt, afhangt van hoe snel uw sector als geheel kan decarboniseren. Een kantoorgebonden adviesbureau kan zijn scope 2 emissies in één jaar naar nul brengen door over te stappen op groene stroom. Een staalbedrijf heeft te maken met procesemissies waarvoor de technologie (groene waterstof, elektrische ovens) pas op grotere schaal beschikbaar komt na 2030.
Het SBTi biedt op zijn website een overzicht van beschikbare sectorpaden. Voor veel MKB-bedrijven is de Absolute Contraction Approach (ACA) de standaard: een lineaire reductie van 4,2 procent per jaar ten opzichte van het basisjaar.
SBTi voor MKB: de SME-route in detail
Het SBTi heeft een vereenvoudigde route voor kleine en middelgrote bedrijven: de SME-route. Hierbij committeert een bedrijf zich aan een standaard reductiedoelstelling van 42 procent in absolute uitstoot voor scope 1 en 2 vóór 2030 (ten opzichte van een basisjaar). Scope 3 rapportage wordt aangemoedigd maar is niet verplicht voor de validatie.
De SME-route vereist geen volledige SBTi-validatie maar wel een jaarlijkse rapportage aan CDP en een commitment dat publiek gemaakt wordt op de SBTi-website. Voor de SME-route betaalt u geen validatievergoeding aan het SBTi zelf — dat scheelt aanzienlijk ten opzichte van de full SBTi-validatie die voor grote bedrijven tussen de €5.000 en €15.000 kan kosten.
De definitie van 'MKB' voor de SME-route is: minder dan 500 medewerkers en een jaaromzet onder €100 miljoen, of minder dan 250 medewerkers met een balanstotaal onder €43 miljoen. De EU-MKB-definitie wordt niet volledig gevolgd — controleer uw specifieke situatie op de SBTi-website.
Het validatieproces stap voor stap
Voor bedrijven die niet de SME-route kiezen maar een volledige SBTi-validatie willen, verloopt het proces in vijf stappen:
- Commitment indienen: U meldt uw intentie aan via het SBTi-platform. U heeft dan 24 maanden om een officieel doel in te dienen.
- Uitstoot meten: U brengt uw scope 1, 2 en relevante scope 3 emissies in kaart voor het gekozen basisjaar, conform het GHG Protocol.
- Doelstelling formuleren: U formuleert uw near-term target (en eventueel long-term target) in de vereiste format, inclusief basisjaar, doeljaar, percentage reductie en scopedekking.
- Indienen voor validatie: U dient uw doelstelling in via het SBTi-portal. Het SBTi beoordeelt of de doelstelling voldoet aan de methodologische eisen. Dit duurt gemiddeld drie tot zes maanden.
- Publicatie en jaarlijkse rapportage: Na goedkeuring wordt uw doel gepubliceerd op de SBTi-website. Vervolgens rapporteert u jaarlijks via CDP over uw voortgang.
Kosten en tijdlijn
De kosten van een SBTi-traject bestaan uit drie componenten: de kosten van de uitstootinventarisatie, de validatiekosten, en de jaarlijkse rapportagekosten.
Een professionele uitstootinventarisatie voor een MKB-bedrijf kost bij een gespecialiseerd bureau doorgaans tussen de €3.000 en €10.000, afhankelijk van de complexiteit van scope 3 en de beschikbaarheid van data. Wie intern capaciteit heeft, kan dit goedkoper uitvoeren met beschikbare tools als Greenly, Watershed of de CO₂-prestatieladder-software.
De SBTi-validatievergoeding voor grote bedrijven (omzet boven €100M) bedraagt momenteel €9.500 voor de initiële validatie. Voor MKB via de SME-route is er geen SBTi-validatievergoeding, maar eventuele externe begeleiding kost gemiddeld €2.000 tot €5.000.
Reken op een totale doorlooptijd van 6 tot 18 maanden van eerste uitstootmeting tot goedgekeurd doel. De meeste tijd gaat zitten in de dataverzameling voor scope 3 en de interne besluitvorming.
Is het haalbaar voor uw bedrijf?
42 procent reductie van scope 1 en 2 vóór 2030 klinkt ambitieus. Maar voor de meeste kantoorgebaseerde bedrijven zijn de maatregelen concreet: overstap op 100 procent groene stroom (scope 2 daalt naar nul), elektrificatie van het wagenpark (scope 1 daalt sterk), en optimalisatie van verwarmingssystemen.
Productiebedrijven met procesgebonden emissies hebben het lastiger. Maar ook daar zijn stappenplannen beschikbaar, afhankelijk van de sector. Warmtepompen, procesoptimalisatie en electrificatie van lagetemperatuurprocessen leveren bij veel productiebedrijven al 20 tot 30 procent reductie op.
Wat haalbaarheid concreet maakt: stel dat uw basisjaar 2022 is en uw scope 1+2 uitstoot was 500 ton CO₂e. U moet vóór 2030 naar 290 ton (42% minder). Dat betekent gemiddeld 26 ton reductie per jaar over 8 jaar. Als u in 2024 overstapt op groene stroom en uw scope 2 was 150 ton, realiseert u in één jaar al 30 procent van het totale doel. De resterende 12 procent — zo'n 60 ton — haalt u via elektrificatie van twee of drie bedrijfswagens en isolatiemaatregelen.
Leverancierseisen en de scope 3-doorwerking
Een van de sterkste commerciële argumenten voor een SBTi-commitment is de toenemende druk vanuit grote opdrachtgevers. Corporates met eigen SBTi-doelstellingen moeten hun scope 3 emissies — waaronder de uitstoot van hun leveranciers — meenemen in hun rapportage. Dat betekent dat zij u vragen om uw emissieprofiel te delen, en steeds vaker ook om een eigen reductiecommitment.
De Europese Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) versnelt dit proces: grote bedrijven die onder CSRD vallen, zijn verplicht om scope 3 te rapporteren en moeten daarvoor data bij leveranciers ophalen. Voor MKB-bedrijven die leveren aan CSRD-plichtige corporates, is een SBTi-commitment of minimaal een GHG-inventarisatie feitelijk een markttoegangseis geworden.
Waarom het de moeite waard is
Steeds meer grote bedrijven vragen hun leveranciers om SBTi-commitments als onderdeel van hun eigen scope 3 reductieplan. Wie nu begint, loopt voor op regulering die dezelfde eisen straks afdwingt. En intern biedt een concreet reductiedoel structuur aan energiemanagement, investeringsbeslissingen en personeelsbeleid.
Daarnaast zijn er directe financiële voordelen. Groene stroom is in de meeste gevallen niet duurder dan grijze stroom — soms goedkoper bij langetermijncontracten. Elektrische bedrijfswagens hebben een lager gebruik dan fossiele. Isolatie verlaagt stookkosten structureel. De meeste maatregelen die uw scope 1 en 2 uitstoot verlagen, betalen zichzelf terug binnen vijf tot zeven jaar.
Ten slotte is er het personeelsperspectief. Medewerkers — zeker jongere — kiezen steeds vaker voor werkgevers die een helder klimaatbeleid voeren. Een SBTi-commitment is een concreet, internationaal herkenbaar signaal dat uw klimaatambities serieus zijn, niet slechts een kleur op uw jaarverslag.
Over de auteur
Redactie CO₂Neutraal.com
Team van domeinexperts
De redactie van CO₂Neutraal.com bestaat uit een team van domeinexperts met expertise in klimaatstrategie, CO₂-reductie, duurzame financiering en Europese regelgeving. Artikelen komen tot stand op basis van wetenschappelijke literatuur, beleidsdocumenten, normdocumentatie en sectorrapportages.