Scope 3 is de moeilijkste maar ook de meest impactvolle categorie voor de meeste bedrijven. Het GHG Protocol onderscheidt vijftien categorieën voor upstream en downstream ketenuitstoot — van ingekochte goederen tot gebruik van verkochte producten tot einde-levensduur verwerking. Voor de meeste bedrijven vertegenwoordigt scope 3 tussen de 60 en 90 procent van de totale CO₂-voetafdruk. Dat maakt het ook de categorie met de grootste reductiehefboom.
De vijftien GHG Protocol categorieën in overzicht
Het GHG Protocol Corporate Value Chain Standard onderscheidt vijftien scope 3 categorieën, verdeeld in upstream (acht categorieën) en downstream (zeven categorieën):
| Categorie | Omschrijving | Meest relevant voor |
|---|---|---|
| 1 | Ingekochte goederen en diensten | Productie, retail |
| 2 | Kapitaalgoederen | Productiebedrijven |
| 3 | Energie- en brandstofgerelateerde activiteiten | Alle bedrijven |
| 4 | Upstream transport en distributie | Retail, productie |
| 5 | Afval gegenereerd in activiteiten | Productie, horeca |
| 6 | Zakelijke reizen | Dienstverlening |
| 7 | Woon-werkverkeer medewerkers | Alle bedrijven |
| 8 | Upstream geleasede activa | Huurders van panden |
| 9 | Downstream transport en distributie | Leveranciers |
| 10 | Verwerking van verkochte producten | Halffabrikanten |
| 11 | Gebruik van verkochte producten | Elektronica, automotive |
| 12 | Einde-levensduur verwerking | Producenten |
| 13 | Downstream geleasede activa | Verhuurders |
| 14 | Franchises | Franchisegevers |
| 15 | Investeringen | Financiële sector |
Prioriteren op materialiteit
Niet alle vijftien categorieën zijn even relevant voor elk bedrijf. Het GHG Protocol schrijft voor dat u begint met een materialiteitsscreening: welke categorieën zijn waarschijnlijk significant gegeven uw sector, bedrijfsmodel en inkooppatronen?
Voor een consultancybedrijf zijn zakelijke reizen en woon-werkverkeer doorgaans de grootste scope 3 categorieën. Voor een productiebedrijf domineert categorie 1 (ingekochte goederen). Voor een retailer is dat doorgaans transport en distributie. Begin met de top-drie — die dekt in de meeste gevallen 60 tot 80 procent van de werkelijke scope 3 uitstoot.
Een eenvoudige materialiteitsscreen voert u uit door per categorie te vragen: (a) is er een duidelijk activiteitsvolume? en (b) is de emissiefactor voor deze activiteit relatief hoog? Als beide ja, is de categorie waarschijnlijk materieel. Vliegreizen scoren hoog op beide — veel kilometers, hoge emissiefactor. Afvalverwerking scoort voor de meeste kantoorgebonden bedrijven laag.
De spend-based methode in de praktijk
De spend-based methode is voor de meeste MKB-bedrijven het startpunt voor categorie 1 (ingekochte goederen en diensten). U vermenigvuldigt uw inkoopbedragen per leverancierscategorie met een emissiefactor per euro uitgave — ook wel de Environmentally Extended Input-Output (EEIO)-methode genoemd.
De emissiefactoren per inkoopkategorie zijn beschikbaar via databases als Exiobase, de EPA's USEEIO of de Ecoinvent-database. Voor Nederland zijn locatiespecifieke factoren beschikbaar via het RIVM en het CBS.
Praktisch stappenplan voor de spend-based methode:
- Exporteer uw leveranciersboekhouding van het rapportagejaar uit uw financieel systeem.
- Categoriseer uw leveranciers per NACE-sector of per inkooptype (IT-diensten, transport, kantoorartikelen, etc.).
- Zoek de bijbehorende emissiefactor op per categorie (in ton CO₂e per €1.000 inkoop).
- Vermenigvuldig inkoopbedrag (in €1.000) × emissiefactor = CO₂e-emissie per categorie.
- Aggregeer per scope 3 categorie.
Het resultaat is een grove maar bruikbare schatting. De onnauwkeurigheid is kenmerkend voor de spend-based methode: twee verschillende fabrikanten van hetzelfde product kunnen een factor vier verschillen in werkelijke uitstoot, terwijl de emissiefactor voor hun sector hetzelfde is.
Drie berekeningsmethoden: wanneer welke?
Spend-based methode: u vermenigvuldigt uw inkoopbedragen per categorie met een emissiefactor per euro uitgave. Dit is de meest toegankelijke methode maar geeft gemiddelde uitkomsten. Geschikt voor een eerste schatting en voor categorieën waar geen betere data beschikbaar zijn.
Average-data methode: u gebruikt gemiddelde emissiefactoren per eenheid product of dienst (ton staal, kubieke meter transport, kilowattuur energie). Nauwkeuriger dan spend-based als u volumedata heeft. Vereist dat u weet hoeveel u van wat inkoopt — niet alleen voor hoeveel euro.
Supplier-specific methode: u gebruikt de werkelijke emissiedata van uw leveranciers — hun product carbon footprint (PCF) of hun totale Scope 1+2 emissies gedeeld over hun productvolume. Dit is de meest nauwkeurige methode, maar vereist actieve medewerking van leveranciers en is voor de meeste MKB-bedrijven pas haalbaar in latere jaren.
De hybride methode: het beste van twee werelden
In de praktijk combineert u methoden per categorie — dit heet de hybride methode. Voor uw grootste leverancier vraagt u om werkelijke emissiedata (supplier-specific). Voor middelgrote leveranciers gebruikt u de average-data methode als u volumes kent. Voor de lange staart van kleine leveranciers volstaat spend-based.
Dit geeft een nauwkeuriger totaalbeeld dan one-size-fits-all spend-based, zonder de onuitvoerbaarheid van volledige supplier-specific data voor honderd leveranciers tegelijk. Typisch beginnen bedrijven met 100 procent spend-based in jaar één, en werken ze toe naar hybride in jaar twee of drie.
Supplier engagement: uw leveranciers activeren
Voor grote categorieën loont het om actief te communiceren met uw toeleveranciers over uitstootdata. Dit is ook wat grote corporates van u verwachten als zij u vragen om scope 3 data: niet alleen uw eigen uitstoot, maar ook de uitstoot die uw inkoopketen vertegenwoordigt.
Praktische aanpak voor supplier engagement:
- Begin met uw top-10 leveranciers op inkoopwaarde.
- Stuur een gestandaardiseerde vragenlijst via CDP Supply Chain of via een eigen format gebaseerd op het GHG Protocol.
- Vraag minimaal om: totale scope 1+2 emissies, omzet (voor intensiteitsberekening), en of zij een SBTi-commitment hebben.
- Verwerk de antwoorden in uw scope 3 berekening als supplier-specific data.
Leveranciers die niet reageren, valt u terug op spend-based of average-data. Noteer in uw rapportage welk percentage van uw scope 3 categorie 1 is gebaseerd op werkelijke leveranciersdata — dit is een kwaliteitsindicator die u jaarlijks kunt verbeteren.
Zakelijke reizen berekenen
Voor vliegreizen gebruikt u de gevlogen kilometers maal de DEFRA-emissiefactor per passagierskilometer (afhankelijk van klasse). Economy class heeft een lagere emissiefactor per passagier dan business class, vanwege het grotere ruimtegebruik per passagier in business. De DEFRA-factoren worden jaarlijks bijgewerkt.
Voor auto's gebruikt u brandstofverbruik of kilometers maal voertuigtype. Voor diesel en benzine zijn de emissiefactoren per liter of per kilometer per voertuigklasse beschikbaar. Voor elektrische voertuigen rekent u op basis van kWh-verbruik maal de emissiefactor van het elektriciteitsnet (voor Nederland ca. 0,28 kg CO₂e/kWh in 2024, dalend door groeiend aandeel hernieuwbaar).
Voor treinen en OV zijn de uitstoot per passagierskilometer in Nederland zeer laag — het NS-netwerk rijdt op hernieuwbare energie, wat de emissiefactor voor binnenlands treinverkeer vrijwel naar nul brengt. Internationale treinen (Thalys, Eurostar, ICE) hebben hogere emissiefactoren omdat zij door meerdere stroomnetten rijden.
Praktisch: exporteer uw vluchtendata uit Concur, TravelPerk of uw onkostensysteem. Dat geeft u 90 procent van de benodigde data in één stap. Voeg vluchtnummers of luchthavenparen in een ICAO-calculator in voor nauwkeurige afstandsberekeningen.
Scope 3-software: hulpmiddelen voor MKB
Er zijn meerdere softwareoplossingen beschikbaar die scope 3 berekeningen vereenvoudigen. Voor MKB met een beperkt budget zijn de volgende opties relevant:
- Greenly: Nederlandstalige interface, directe koppeling met boekhoudpakketten, spend-based methode ingebakken. Geschikt voor bedrijven tot ca. €50M omzet.
- Normative: Meer geschikt voor complexere ketenanalyses. Sterker in average-data methode.
- Watershed: Gebruiksvriendelijk, goed voor internationaal opererende bedrijven. Duurdere prijsklasse.
- Klimaatcheck.nl: Gratis Nederlandse tool voor een eerste quickscan. Minder nauwkeurig maar toegankelijk als startpunt.
Wat u daarna doet
Een scope 3 berekening is geen doel op zichzelf — het is een prioriteringstool. Welke leverancier is verantwoordelijk voor de grootste uitstoot? Welke inkoopbeslissingen hebben de grootste hefboom? Daar begint de reductiestrategie.
Stel uw top-drie scope 3 categorieën vast op basis van de berekening. Formuleer voor elk een gerichte maatregel: voor categorie 1 is dat leveranciersengagement en inkoopbeleid gericht op lage-emissie alternatieven. Voor categorie 6 (zakelijke reizen) is dat een reisbeleid. Voor categorie 7 (woon-werkverkeer) is dat een thuiswerkbeleid of een OV-vergoeding die de auto onnodig maakt.
Rapporteer uw scope 3 apart van scope 1 en 2, met een toelichting op de gebruikte methoden en de datakwaliteit. Transparantie over onzekerheden is een kwaliteitskenmerk, geen zwakte.
Over de auteur
Redactie CO₂Neutraal.com
Team van domeinexperts
De redactie van CO₂Neutraal.com bestaat uit een team van domeinexperts met expertise in klimaatstrategie, CO₂-reductie, duurzame financiering en Europese regelgeving. Artikelen komen tot stand op basis van wetenschappelijke literatuur, beleidsdocumenten, normdocumentatie en sectorrapportages.