Gratis toegangGeen betaalde plaatsingenAltijd bronvermelding139 kennisartikelen beschikbaar
CO₂Neutraal
Bedrijven21 juli 2026 · 5 min lezen

De 15 scope 3-categorieën uitgelegd: wat telt mee?

Het GHG Protocol onderscheidt 15 scope 3-categorieën, verdeeld over upstream en downstream activiteiten. Ontdek welke voor uw organisatie relevant zijn en waar u zinvol kunt meten en sturen.

Voor bedrijven die serieus werk maken van hun CO2-rapportage is scope 3 de grootste uitdaging — en het grootste groeipotentieel. Terwijl scope 1 (directe uitstoot) en scope 2 (ingekochte energie) relatief goed af te bakenen zijn, omvat scope 3 alle overige emissies die indirect verband houden met uw bedrijfsactiviteiten. Het GHG Protocol — de wereldwijde standaard voor broeikasgasrapportage — onderscheidt precies 15 categorieën, verdeeld over upstream en downstream activiteiten.

In dit artikel loopt u door alle 15 categorieën heen, zodat u weet welke voor uw organisatie relevant zijn en waar u zinvol kunt meten en sturen.

Upstream categorieën: wat aan uw activiteiten voorafgaat

De eerste acht categorieën hebben betrekking op activiteiten die aan uw eigen productie of dienstverlening voorafgaan. Dit zijn vaak de grootste emissiebronnen voor productiebedrijven en retailers.

Categorie 1: Ingekochte goederen en diensten

Dit is doorgaans de zwaarste categorie. Het omvat alle broeikasgasemissies die vrijkomen bij de productie van grondstoffen, materialen, componenten en diensten die u inkoopt. Denk aan staal, kunststof, software, schoonmaakdiensten en juridisch advies. Voor veel bedrijven vertegenwoordigt deze categorie 50 tot 80 procent van hun totale scope 3-uitstoot.

Categorie 2: Kapitaalgoederen

Machines, gebouwen, servers en voertuigen die u aanschaft vallen hier onder. De emissies worden over de volledige levensduur van het kapitaalgoed berekend en in het aanschafjaar gerapporteerd, tenzij u kiest voor spreiding over de gebruiksduur.

Categorie 3: Brandstof- en energiegerelateerde activiteiten

Dit zijn emissies die niet al zijn meegeteld in scope 1 of scope 2. Het gaat om winning en transport van brandstoffen die u zelf verbruikt, en om verliezen in het elektriciteitsnet bij de stroom die u afneemt.

Categorie 4: Upstream transport en distributie

Transport van goederen van uw leveranciers naar uw locatie, uitgevoerd door derden. Ook transport dat u inkoopt bij logistieke dienstverleners valt hieronder, voor zover het betrekking heeft op de aanvoer van materialen.

Categorie 5: Afval uit bedrijfsprocessen

De emissies die vrijkomen bij de verwerking van afval dat uw bedrijf produceert — denk aan verbranding, storten of compostering — door externe partijen worden hier gerapporteerd.

Categorie 6: Zakelijke reizen

Vliegreizen, treinreizen, hotelverblijven en huurauto's vallen in deze categorie. De emissies worden berekend op basis van afstand en vervoermiddel, inclusief eventuele radiative forcing-factoren voor luchtvaart.

Categorie 7: Woon-werkverkeer van medewerkers

De emissies die uw werknemers veroorzaken door van huis naar het werk te reizen. Thuiswerken valt hier ook deels onder: het energieverbruik thuis dat aan werkactiviteiten is toe te rekenen kan optioneel worden meegenomen.

Categorie 8: Upstream geleased vastgoed en activa

Gebouwen, voertuigen of apparatuur die u leaset of huurt van derden, en waarvan de emissies nog niet zijn meegenomen in scope 1 of 2. Dit is relevant als u geen eigenaar bent van uw bedrijfspand maar wel de energiekosten draagt.

Downstream categorieën: wat na uw activiteiten komt

Categorieën 9 tot en met 15 richten zich op wat er gebeurt nadat uw product of dienst uw bedrijf heeft verlaten. Voor producenten van consumptiegoederen, elektronica en voertuigen zijn dit vaak de meest materiële categorieën.

Categorie 9: Downstream transport en distributie

Het transport van uw producten naar klanten, retailers of distributiecentra, voor zover dit door derden wordt uitgevoerd en u hiervoor niet al in scope 1 rapporteert.

Categorie 10: Verwerking van verkochte producten

Relevant voor bedrijven die halffabricaten of tussenproducten verkopen. De emissies die vrijkomen bij de verdere verwerking door uw klanten worden hier meegenomen.

Categorie 11: Gebruik van verkochte producten

Dit is een kritische categorie voor producenten van apparaten, voertuigen en energieverbruikende producten. Alle emissies die consumenten of bedrijven veroorzaken door uw product te gebruiken, worden opgeteld over de verwachte levensduur.

Categorie 12: Einde-levensduurbehandeling van verkochte producten

Wat gebeurt er met uw product als het wordt afgedankt? Verbranding, recycling of storten — de bijbehorende emissies vallen in deze categorie. Dit stimuleert producenten om circulariteit in het ontwerp mee te nemen.

Categorie 13: Downstream geleased vastgoed en activa

Gebouwen of activa die u verhuurt aan anderen. De emissies die de huurder veroorzaakt worden door u als verhuurder gerapporteerd, voor zover ze niet al elders zijn meegenomen.

Categorie 14: Franchises

Franchisegevers rapporteren hier de emissies van hun franchisenemers. Dit is relevant voor horecaketens, retailketens en andere franchiseformules die opereren via een netwerk van zelfstandige ondernemers.

Categorie 15: Investeringen

Financiële instellingen — banken, pensioenfondsen, vermogensbeheerders — rapporteren hier de emissies van hun beleggingsportefeuille. Dit wordt ook wel 'gefinancierde emissies' genoemd en staat centraal in het PCAF-raamwerk.

Welke categorieën zijn voor u relevant?

Het GHG Protocol stelt dat u alleen categorieën hoeft te rapporteren die materieel zijn voor uw bedrijf. Een kleine adviesorganisatie zal categorieën 1, 6 en 7 als primair beschouwen, terwijl een productiebedrijf zich vooral op categorie 1, 4 en 11 zal richten.

Begin met een kwalitatieve screening: ga per categorie na of de activiteit relevant is voor uw businessmodel. Gebruik vervolgens spend-based methoden — op basis van inkoopbedragen — voor een eerste schatting, en verfijn daarna met activiteitsgegevens van uw belangrijkste leveranciers.

De CSRD-richtlijn verplicht grote bedrijven in de EU om materiële scope 3-categorieën te rapporteren in hun duurzaamheidsverslag. Ook voor het MKB — als u onderdeel bent van de keten van een grote onderneming — zal de druk toenemen om data aan te leveren. Vroeg starten geeft u een voorsprong.

Conclusie: begin klein, denk groot

U hoeft niet alle 15 categorieën tegelijk in kaart te brengen. Identificeer de drie of vier categorieën die de grootste bijdrage leveren aan uw voetafdruk, begin daar met meten en bouw uw rapportage stapsgewijs uit. Dit maakt het proces beheersbaar en levert meteen bruikbare inzichten op voor uw reductiestrategie.

Over de auteur

Redactie CO₂Neutraal.com

Team van domeinexperts

De redactie van CO₂Neutraal.com bestaat uit een team van specialisten met expertise in klimaatstrategie, CO₂-reductie, duurzame financiering en Europese regelgeving. Artikelen komen tot stand door het samenvoegen van meerdere primaire bronnen: wetenschappelijke literatuur, beleidsdocumenten, normdocumentatie en sectorrapportages. Elk artikel bevat een bronvermelding — vergelijkbaar met de werkwijze van Wikipedia.

MarktoverzichtenVergelijkende analyseKlimaatstrategieBeleid & regelgeving

Veelgestelde vragen

Moet ik alle 15 scope 3-categorieën rapporteren?
Nee, u hoeft alleen de categorieën te rapporteren die materieel zijn voor uw organisatie. Het GHG Protocol hanteert het principe van materialiteit: als een categorie een significant deel van uw totale emissies vertegenwoordigt, is rapportage vereist. Voor de meeste bedrijven zijn vijf tot zeven categorieën echt relevant. Begin met een kwalitatieve screening om de zwaarste posten te identificeren en focus uw meetinspanning daar op.
Welke scope 3-categorie is doorgaans het zwaarst voor een productiebedrijf?
Voor productiebedrijven is categorie 1 — ingekochte goederen en diensten — bijna altijd de grootste post. De emissies die vrijkomen bij de winning en verwerking van grondstoffen, de productie van componenten en de inkoop van diensten kunnen 60 tot 80 procent van de totale scope 3-uitstoot vertegenwoordigen. Categorie 11 (gebruik van verkochte producten) is zwaar voor fabrikanten van apparaten of voertuigen, en categorie 4 (upstream transport) is significant voor logistiek-intensieve sectoren.
Hoe begin ik met het meten van scope 3 als ik geen ervaring heb?
De eenvoudigste start is een spend-based analyse: exporteer uw inkoopdata per categorie en koppel elk bedrag aan een emissiefactor per euro uit een openbare database zoals Exiobase of EEIO. Dit geeft binnen enkele dagen een eerste schatting van uw scope 3-emissies. Vervolgens kunt u de grootste categorieën verfijnen met activiteitsgegevens. Veel mkb-softwarepakketten en duurzaamheidsadviseurs bieden kant-en-klare templates voor deze stap.
Tellen scope 3-emissies mee voor de CSRD-rapportage?
Ja, de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) verplicht grote bedrijven om materiële scope 3-categorieën op te nemen in hun duurzaamheidsverslag, conform de European Sustainability Reporting Standards (ESRS). De rapportage moet dubbelzijdige materialiteitsbeoordeling omvatten: financiële impact op de onderneming én impact op mens en milieu. Het MKB valt vooralsnog buiten de directe verplichting, maar zal via ketenpartners toenemende druk ervaren om scope 3-data aan te leveren.
Is scope 3 hetzelfde als een product carbon footprint?
Niet helemaal. Een scope 3-analyse kijkt vanuit het perspectief van een organisatie naar alle indirecte emissies in haar waardeketen. Een product carbon footprint (PCF) kijkt vanuit het perspectief van een specifiek product naar alle emissies over de volledige levenscyclus — van grondstof tot afval. Een PCF kan deel uitmaken van uw scope 3-rapportage, met name voor categorie 1 (ingekochte goederen) of categorie 11 (gebruik van verkochte producten), maar het zijn twee afzonderlijke instrumenten.
DelenLinkedInX

Blijf op de hoogte

Maandelijks CO₂-nieuws voor Nederlands MKB.

Maandelijks. Geen spam. Afmelden kan altijd.