CO2-rapportage met het GHG Protocol: de complete uitleg
Het GHG Protocol is de mondiale standaard voor CO2-rapportage. In dit artikel leest u hoe de drie scopes werken, hoe u uw emissies berekent en hoe u het protocol in de praktijk toepast.
Als u aan de slag gaat met CO2-rapportage, komt u het GHG Protocol vrijwel onvermijdelijk tegen. Het is de meest gebruikte internationale standaard voor het meten en rapporteren van broeikasgasemissies. In dit artikel leggen we u uit wat het GHG Protocol inhoudt, hoe de drie scopes werken en hoe u het protocol in de praktijk toepast voor uw organisatie.
Wat is het GHG Protocol?
Het Greenhouse Gas Protocol (GHG Protocol) is een internationaal initiatief van het World Resources Institute (WRI) en het World Business Council for Sustainable Development (WBCSD). Het is in 2001 voor het eerst gepubliceerd en wordt sindsdien wereldwijd gebruikt door bedrijven, overheden en ngo's als de basis voor CO2-boekhouding.
Het GHG Protocol is geen wettelijke verplichting op zichzelf, maar het vormt de methodologische basis voor vrijwel alle andere rapportagestandaarden, waaronder de ESRS (CSRD), de CDP-vragenlijst, de SBTi-methodologie en de GRI-standaarden. Als u met een van deze frameworks werkt, werkt u onvermijdelijk met de logica van het GHG Protocol.
Het protocol maakt onderscheid tussen zeven broeikasgassen: kooldioxide (CO2), methaan (CH4), lachgas (N2O), fluorkoolwaterstoffen (HFC's), perfluorkoolwaterstoffen (PFC's), zwavelhexafluoride (SF6) en stikstoftrifluoride (NF3). Al deze gassen worden omgerekend naar CO2-equivalenten (CO2e) met behulp van globale opwarmingspotentialen.
De drie scopes uitgelegd
De bekendste bijdrage van het GHG Protocol is de indeling van emissies in drie scopes. Deze indeling maakt het mogelijk om verantwoordelijkheden helder te verdelen en dubbeltellingen te voorkomen.
Scope 1 - Directe emissies: Dit zijn alle emissies die direct voortkomen uit bronnen die u bezit of beheert. Denk aan de verbranding van aardgas in uw verwarmingsinstallatie, de brandstof in uw eigen voertuigen en emissies uit industriele processen op uw terrein. Scope 1 is relatief eenvoudig te meten via verbruiksfacturen en brandstofregistraties.
Scope 2 - Indirecte emissies uit ingekochte energie: Hierbij gaat het om de emissies die samenhangen met de opwekking van de elektriciteit, warmte of stoom die u inkoopt. Hoewel de uitstoot fysiek plaatsvindt bij de energieproducent, worden de emissies toegerekend aan de afnemer. Scope 2 kan worden berekend op basis van een marktgebaseerde methode (met behulp van garanties van oorsprong) of een locatiegebaseerde methode (gemiddelde emissiefactor van het nationale elektriciteitsnet).
Scope 3 - Overige indirecte emissies: Dit is de meest omvangrijke en complexe categorie. Scope 3 omvat alle andere emissies in uw waardeketen, zowel stroomopwaarts (van uw leveranciers) als stroomafwaarts (bij het gebruik en de verwerking van uw producten). Het GHG Protocol onderscheidt vijftien Scope 3-categorieen, waaronder ingekochte goederen en diensten, zakelijke reizen, woon-werkverkeer van medewerkers, transport en distributie en de verwerking van verkochte producten aan het einde van hun levensduur.
De vijf kwaliteitsprincipes van het GHG Protocol
Het GHG Protocol stelt vijf kwaliteitsprincipes centraal waaraan uw rapportage moet voldoen:
- Relevantie: Rapporteer alle emissiebronnen die materieel zijn voor uw organisatie en maak een onderbouwde keuze voor uw organisatiegrens.
- Volledigheid: Neem alle relevante emissies op binnen uw vastgestelde organisatiegrens en documenteer eventuele uitsluitingen met een toelichting.
- Consistentie: Gebruik dezelfde methoden en grenzen van jaar tot jaar, zodat trends vergelijkbaar en betekenisvol zijn. Bij wijzigingen herrekent u het basisjaar.
- Transparantie: Documenteer uw methodologie, aannames en gegevensbronnen helder, zodat externe partijen uw berekeningen kunnen beoordelen en verifiëren.
- Nauwkeurigheid: Minimaliseer onzekerheden door betrouwbare gegevensbronnen te gebruiken en onzekerheden in uw rapportage te documenteren.
Hoe u het GHG Protocol in de praktijk toepast
De praktische toepassing begint met het bepalen van uw organisatiegrens. U kiest voor de operationele controle-benadering (u rapporteert over activiteiten waarover u operationele controle heeft) of de financiele controle-benadering (u rapporteert over activiteiten in entiteiten waarover u financiele controle heeft). Voor de meeste MKB-bedrijven is de operationele controlsbenadering het meest praktisch.
Vervolgens inventariseert u per scope de relevante emissiebronnen en verzamelt u activiteitsdata: energieverbruiksgegevens, brandstofgebruik, reiskostendeclaraties, inkoopvolumes en transportgegevens. Deze activiteitsdata vermenigvuldigt u met emissiefactoren uit erkende databases, zoals de Nederlandse emissiefactoren van RVO, de IPCC-tabellen of de Ecoinvent-database.
Begin met Scope 1 en 2, waar de data het meest toegankelijk is. Breid vervolgens stapsgewijs uit naar de meest relevante Scope 3-categorieen voor uw sector. Het resultaat is een CO2-inventarisatie die u kunt gebruiken als basis voor uw reductiedoelstellingen, uw duurzaamheidsverslag en uw communicatie naar stakeholders.
Over de auteur
Redactie CO₂Neutraal.com
Team van domeinexperts
De redactie van CO₂Neutraal.com bestaat uit een team van specialisten met expertise in klimaatstrategie, CO₂-reductie, duurzame financiering en Europese regelgeving. Artikelen komen tot stand door het samenvoegen van meerdere primaire bronnen: wetenschappelijke literatuur, beleidsdocumenten, normdocumentatie en sectorrapportages. Elk artikel bevat een bronvermelding — vergelijkbaar met de werkwijze van Wikipedia.
Veelgestelde vragen
Blijf op de hoogte
Maandelijks CO₂-nieuws voor Nederlands MKB.