CO2-reductiedoelstelling bepalen: SBTi of eigen doelstelling?
Een concrete CO2-reductiedoelstelling is de kern van iedere klimaatstrategie. Maar kiest u voor de SBTi-methodologie of formuleert u een eigen doelstelling? Dit artikel helpt u de juiste keuze te maken.
Een concrete CO2-reductiedoelstelling is de kern van elke serieuze klimaatstrategie. Zonder meetbare doelstelling blijft duurzaamheid een abstracte ambitie. Maar hoe bepaalt u welke doelstelling realistisch, ambitieus en geloofwaardig is? De twee meest gangbare opties zijn de Science Based Targets initiative (SBTi)-methodologie en het formuleren van een eigen reductiedoelstelling. In dit artikel bespreken we de voor- en nadelen van beide routes, zodat u een weloverwogen keuze kunt maken.
Wat is de Science Based Targets initiative?
De Science Based Targets initiative (SBTi) is een internationale coalitie van het Carbon Disclosure Project (CDP), het United Nations Global Compact, het World Resources Institute (WRI) en het Wereld Natuur Fonds (WWF). De SBTi stelt methoden beschikbaar waarmee bedrijven CO2-reductiedoelstellingen kunnen formuleren die in lijn zijn met de klimaatwetenschap en het Akkoord van Parijs.
Een SBTi-goedgekeurde doelstelling geeft investeerders, klanten en andere stakeholders de zekerheid dat uw ambitie gebaseerd is op het klimaattraject dat nodig is om de aardopwarming te beperken tot 1,5 graden Celsius boven pre-industrieel niveau. Bedrijven kiezen doorgaans voor een doelstelling met een basisjaar en een eindjaar (2030 of 2050) en committeren zich publiekelijk aan die doelstelling.
SBTi biedt voor MKB-bedrijven een vereenvoudigd traject. Dit maakt deelname toegankelijker voor organisaties zonder grote duurzaamheidsafdeling. De SBTi werkt momenteel ook aan een nog compactere MKB-route die minder data-intensief is en sneller doorlopen kan worden.
Voordelen en nadelen van de SBTi-route
De voordelen van de SBTi-route zijn aanzienlijk. Een door SBTi goedgekeurde doelstelling is extern geverifieerd en daarmee geloofwaardig richting alle stakeholders. Ze helpt u ook in het kader van de CSRD, omdat ESRS E1 expliciet vraagt om uitleg over uw afstemming op het Parijs-traject. Bovendien sluit u aan bij een breed internationaal netwerk van ambitieuze bedrijven en profiteert u van de tools en begeleiding die SBTi beschikbaar stelt.
Toch zijn er ook nadelen. De SBTi-methodologie is complex en vraagt om gedetailleerde data, met name over Scope 3-emissies (uitstoot in de waardeketen). Voor kleine en middelgrote bedrijven kan dat een aanzienlijke investering in tijd en middelen betekenen. Bovendien is de formele validatieprocedure tijdrovend: van aanmelding tot goedkeuring kan een jaar of langer verlopen.
Een eigen reductiedoelstelling formuleren
Wanneer de SBTi-route te complex of te kostbaar is, is een eigen wetenschappelijk onderbouwde doelstelling een goed alternatief. Het is daarbij essentieel om de doelstelling te verankeren in de klimaatwetenschap, ook als u geen formele validatieprocedure doorloopt. U kunt daarvoor gebruik maken van openbare rekenmethoden en sectorspecifieke decarbonisatiepaden.
Bij het formuleren van een eigen doelstelling zijn de volgende elementen onmisbaar:
- Basisjaar en meetperiode: Kies een representatief basisjaar waarvoor u betrouwbare emissiedata heeft. Doorgaans is 2019 het meest gebruikte basisjaar, omdat de uitstoot van 2020 en 2021 vertekend was door de coronapandemie.
- Scope-definitie: Bepaal of uw doelstelling betrekking heeft op Scope 1 en 2 (directe uitstoot en ingekochte energie) of ook op Scope 3 (indirecte uitstoot in de keten). Scope 3 vormt voor de meeste bedrijven het grootste deel van de totale uitstoot.
- Ambitieniveau: Een reductie van circa 4,2% per jaar is in lijn met een 1,5-graden-traject voor Scope 1 en 2. Formuleer op basis hiervan uw absolute reductiedoelstelling voor 2030.
- Tussentijdse ijkpunten: Stel mijlpalen op voor 2025, 2027 en 2030 om voortgang te monitoren en tijdig bij te sturen.
Compensatie en offsetting: wat mag u meetellen?
Een veelgemaakte fout bij het formuleren van CO2-doelstellingen is het te zwaar laten meewegen van CO2-compensatie via credits. Zowel SBTi als de meeste wetenschappelijke raamwerken zijn duidelijk: compensatie mag geen vervanging zijn voor werkelijke emissiereductie. Credits kunnen uitsluitend worden ingezet voor de resterende emissies die technisch niet te elimineren zijn, en dan pas na 2030 of 2050 in het kader van netto-nul.
Dit betekent dat u uw reductiedoelstelling moet baseren op absolute emissievermindering binnen uw organisatie en waardeketen, en niet op de aankoop van boscompensatieprojecten elders in de wereld. Transparantie over het onderscheid tussen werkelijke reductie en compensatie is essentieel om claims van greenwashing te vermijden.
Welke route past bij uw organisatie?
De keuze tussen SBTi en een eigen doelstelling hangt af van uw organisatiegrootte, uw datavolwassenheid en de eisen van uw stakeholders. Grote ondernemingen die CSRD-plichtig zijn of die opereren voor grote internationale afnemers, kiezen vrijwel altijd voor de SBTi-route. Middelgrote en kleinere bedrijven kunnen beginnen met een eigen doelstelling en die op een later moment laten valideren door SBTi of een andere externe partij.
Ongeacht de route die u kiest, is transparantie over uw methodologie en voortgang het allerbelangrijkste. Communiceer uw doelstelling openbaar, meet jaarlijks en publiceer uw voortgang. Dat is de enige manier om uw reductiedoelstelling geloofwaardig te maken bij investeerders, klanten en medewerkers.
Over de auteur
Redactie CO₂Neutraal.com
Team van domeinexperts
De redactie van CO₂Neutraal.com bestaat uit een team van specialisten met expertise in klimaatstrategie, CO₂-reductie, duurzame financiering en Europese regelgeving. Artikelen komen tot stand door het samenvoegen van meerdere primaire bronnen: wetenschappelijke literatuur, beleidsdocumenten, normdocumentatie en sectorrapportages. Elk artikel bevat een bronvermelding — vergelijkbaar met de werkwijze van Wikipedia.
Veelgestelde vragen
Blijf op de hoogte
Maandelijks CO₂-nieuws voor Nederlands MKB.