ESRS E1 — de klimaatstandaard binnen de Corporate Sustainability Reporting Directive — is voor vrijwel alle grote ondernemingen de meest omvangrijke en meest onderschatte rapportageverplichting. De standaard vraagt niet alleen om uw CO₂-cijfers: u moet uw klimaatstrategie, uw overgangsplan, uw klimaatrisico's én uw aanpassingsmaatregelen in samenhang rapporteren. Deze gids neemt u stap voor stap mee door het invulproces.
Stap 1: Bepaal of ESRS E1 voor u materieel is
De eerste vraag is of ESRS E1 überhaupt volledig van toepassing is. Klimaatverandering wordt voor de meeste grote ondernemingen als materieel beschouwd — maar u dient dit formeel vast te stellen via uw dubbele materialiteitsanalyse. Daarin beoordeelt u twee richtingen:
- Impactmaterialiteit: heeft uw bedrijf een significante impact op het klimaat via uitstoot, energieverbruik of landgebruik?
- Financiële materialiteit: zijn klimaatrisico's (extreme weersomstandigheden, CO₂-beprijzing, overgangsrisico's) financieel relevant voor uw organisatie?
Als u een van beide vragen met 'ja' beantwoordt, is ESRS E1 materieel. Vrijstelling is uitsluitend mogelijk als klimaatverandering aantoonbaar niet materieel is — en dat moet u in uw verslag motiveren. In de praktijk slaagt vrijwel geen enkele grote onderneming hierin.
Stap 2: Verzamel uw emissiedata (Scope 1, 2 en 3)
De kern van ESRS E1 is uw uitstootinventaris conform het GHG Protocol. U heeft drie types data nodig:
- Scope 1 — directe uitstoot: verbrandingsprocessen, bedrijfsvoertuigen, industriële processen, koelgassen. Dit zijn de meest betrouwbare data en doorgaans al beschikbaar via uw energieadministratie en milieujaarverslag.
- Scope 2 — indirecte uitstoot van ingekochte energie: gerapporteerd via zowel de marktgebaseerde methode (met energiecontracten en garanties van oorsprong) als de locatiegebaseerde methode. Beide cijfers moeten worden gerapporteerd.
- Scope 3 — indirecte uitstoot in de waardeketen: dit is voor de meeste bedrijven de grootste categorie. ESRS E1 vereist minimaal de categories die voor uw bedrijf significant zijn. Categorie 1 (ingekochte goederen en diensten) en categorie 11 (gebruik van verkochte producten) zijn in de meeste gevallen verplicht.
Praktisch tip: begin met een kwalitatieve screening van uw Scope 3-categorieën. Gebruik sectorgemiddelden of spend-gebaseerde schatting voor categorieën die minder dan 5% bijdragen. Reserveer nauwkeuriger meting voor de categorieën die meer dan 20% bijdragen aan uw totale Scope 3-uitstoot.
Stap 3: Stel uw klimaatrisico-inventarisatie op
ESRS E1 vereist een gestructureerde analyse van klimaatgerelateerde risico's en kansen, in lijn met de TCFD-aanbevelingen. U onderscheidt twee risicocategorieën:
- Fysieke risico's: acute risico's (overstromingen, stormen, hittegolven) en chronische risico's (zeespiegelstijging, droogte, verandering neerslagpatronen). Analyseer deze voor uw eigen locaties en voor uw cruciale leveranciers.
- Overgangsrisico's: beleidsrisico's (CO₂-beprijzing, emissiehandel, regelgeving), marktrisico's (veranderend consumentengedrag, reputatierisico's) en technologische risico's (veroudering van fossiele assets).
ESRS E1 vraagt ook om kwantificering van financieel materiële klimaatrisico's. Dat betekent dat u voor uw toprisico's een financiële impact moet schatten — als bandbreedte is acceptabel. Gebruik daarvoor scenarioanalyse op basis van minimaal twee klimaatscenario's: één waarbij de aardopwarming beperkt blijft tot 1,5°C (laag scenario) en één waarbij de opwarming doorloopt richting 3–4°C (hoog scenario).
Stap 4: Schrijf uw overgangsplan (Transition Plan)
Het overgangsplan is de meest onderschatte vereiste van ESRS E1. Het is geen ambitiedocument maar een operationeel plan met concrete maatregelen, investeringen, mijlpalen en verantwoordelijkheden. ESRS E1 stelt de volgende minimumvereisten aan uw overgangsplan:
- Reductiedoelstellingen voor 2030 en 2050: uitgesplitst naar Scope 1, 2 en significant Scope 3. Motiveer de wetenschappelijke onderbouwing — als u een SBTi-goedgekeurde doelstelling heeft, verwijst u daarnaar.
- Decarbonisatiemaatregelen: welke investeringen en operationele wijzigingen realiseert u? Geef concrete maatregelen, het verwachte emissiereductiepotentieel per maatregel, en de investering die daarvoor is gereserveerd.
- Afhankelijkheid van carbon credits: als u carbon credits inzet als onderdeel van uw strategie, moet u dit expliciet vermelden — inclusief het volume, het type credits en of het gaat om compensatie (offsetting) of bijdrage aan systeemverandering (contribution claims).
- Financieringsplan: hoe bekostigt u de transitie? Verwijs naar capex-budgetten, groene obligaties, subsidies of financieringsarrangementen.
- Governance: wie is verantwoordelijk voor het overgangsplan? Geef de rol van de Raad van Bestuur en het managementniveau dat toezicht houdt.
Stap 5: Stel de datapunten samen voor het ESRS E1-verslag
ESRS E1 bevat 29 openbaarmakingsvereisten (Disclosure Requirements), van E1-1 (overgangsplan) tot E1-9 (financiële effecten van klimaatrisico's). De verplichte datapunten per disclosure zijn deels kwalitatief en deels kwantitatief. Hieronder de meest kritische KPI's die u in uw verslag moet opnemen:
- Absolute Scope 1-emissies (tCO₂e), met onderscheid naar GHG-type
- Absolute Scope 2-emissies marktgebaseerd en locatiegebaseerd (tCO₂e)
- Absolute Scope 3-emissies per categorie (tCO₂e), significante categorieën volledig
- Totale energieverbruik (GWh of MWh), gesplitst naar fossiel en hernieuwbaar
- Energieverbruiksintensiteit (GWh/€M omzet of GWh/eenheid product)
- CO₂-intensiteit (tCO₂e/€M omzet)
- Percentage hernieuwbare energie in totale energiemix
- Geplande investeringen in decarbonisatiemaatregelen (€)
Stap 6: Zorg voor assurance-readiness
ESRS E1-data valt onder de verplichte externe verificatie (limited assurance) voor alle CSRD-rapporterende bedrijven. Dat betekent dat uw data traceerbaar, reproduceerbaar en gedocumenteerd moet zijn. Leg uw berekeningsmethodieken, emissiefactoren (inclusief de bron) en aannames vast in een intern GHG-protocol. Gebruik bij voorkeur marktstandaard emissiefactoren (IPCC, Ecoinvent, EXIOBASE of sectorspecifieke bronnen) en documenteer welk rapportagejaar zij dekken. Zorg dat uw Scope 3-schattingen zijn gebaseerd op een kenbare, reproduceerbare berekeningsmethode — spend-gebaseerde schattingen zijn acceptabel mits u de gebruikte emissiefactor per categorie documenteert.
Gerelateerd: Alle ESRS-standaarden op een rij | ESRS E1 uitgelegd: wat rapporteert u over klimaat? | Scope 1, 2 en 3 uitleg voor beginners
Over de auteur

Josefien Ploem
Klimaatstrategie, CO2.expert
Josefien Ploem is klimaatstrateeg bij CO2.expert en begeleidt organisaties van nulmeting tot geverifieerde klimaatimpact. Haar specialisme ligt in het ontwerpen van integrale reductiepaden die zowel intern haalbaar zijn als voldoen aan de steeds strenger wordende rapportageverplichtingen van de CSRD en de ESRS-standaarden. Josefien heeft een achtergrond in Milieu-Natuur-Watermanagement van de Universiteit Utrecht. Ze brengt bedrijven hun scope 1-, 2- en 3-emissies in kaart, identificeert de meest materiële Scope 3-categorieën op basis van spend- en activiteitsdata, en werkt reductiepaden uit die aansluiten op SBTi-doelstellingen en de CO₂-Prestatieladder. Haar aanpak combineert wetenschappelijke zorgvuldigheid met pragmatische toepasbaarheid: ze werkt liever met het ERP-systeem dat het bedrijf al heeft dan met een nieuw platform. Bij CO2.expert heeft ze tientallen MKB-bedrijven begeleid bij hun eerste GHG Protocol-inventaris en bij het opstellen van hun transitieplan voor ESRS E1. Ze schrijft regelmatig over klimaatrapportage, scope 3-berekening en de praktische vertaling van de dubbele materialiteitsanalyse — onderwerpen die ze beheerst vanuit haar dagelijkse klantwerk.