Science Based Targets voor MKB: minder ingewikkeld dan het lijkt
Science Based Targets zijn niet alleen voor multinationals. Het SMB Pathway maakt SBTi-validatie toegankelijk voor MKB-bedrijven. In dit artikel leg ik uit wat er daadwerkelijk vereist is, hoe de tijdlijn eruitziet en welke misvattingen ik keer op keer ontkracht.
Ik merk dat Science Based Targets een soort mythologische status hebben gekregen bij MKB-bedrijven. “Dat is toch iets voor grote multinationals?” hoor ik regelmatig. Of: “Dat vereist toch uitgebreide externe verificatie van al onze emissies?” Het antwoord op beide vragen is: nee. De Science Based Targets initiative (SBTi) heeft specifiek voor het MKB een vereenvoudigd traject ontwikkeld, en het is toegankelijker dan u denkt — mits u begrijpt wat er daadwerkelijk vereist is en wat optioneel.
In dit artikel leg ik uit wat SBTi is en waarom het er voor MKB-bedrijven steeds meer toe doet, hoe het SMB Pathway werkt, wat werkelijk vereist is versus wat optioneel is, en welke misvattingen ik keer op keer moet ontkrachten bij bedrijven die overwegen een SBTi-doelstelling in te dienen.
Wat is SBTi en waarom doet het er voor MKB toe?
De Science Based Targets initiative is een samenwerking tussen CDP, VN Global Compact, World Resources Institute (WRI) en het Wereld Natuur Fonds (WWF). Het initiatief stelt normen en methoden voor CO2-reductiedoelstellingen die wetenschappelijk onderbouwd zijn — dat wil zeggen: in lijn met wat klimaatwetenschap aangeeft dat nodig is om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graden Celsius ten opzichte van het pre-industriële niveau.
Het fundamentele verschil tussen een intern geformuleerde CO2-reductiedoelstelling en een door SBTi gevalideerde doelstelling zit in externe toetsing en methodologische consistentie. Een SBTi-badge op uw website communiceert: onze reductiedoelstellingen zijn beoordeeld door een onafhankelijke instantie en zijn aantoonbaar in lijn met de klimaatwetenschap, niet alleen met onze eigen ambitie.
Drie redenen waarom dit voor MKB-bedrijven steeds relevanter wordt:
- Klant- en ketendruk vanuit grote bedrijven. Grote ondernemingen met SBTi-doelstellingen — zoals Unilever, Philips, ASML en honderden andere multinationals — zijn verplicht om ook hun scope 3-emissies te reduceren. Die scope 3-emissies zijn precies uw scope 1 en 2 als leverancier. Ik zie bij klanten dat verzoeken vanuit grote opdrachtgevers om een eigen SBTi-commitment in frequentie toenemen. Dit is niet langer uitzonderlijk — het wordt verwacht.
- Financieringsvoordelen en ESG-toegankelijkheid. Groene obligaties, sustainability-linked loans en ESG-gerichte investeerders gebruiken SBTi-doelstellingen als selectiecriterium of als trigger voor gunstigere rentepercentages. Een gevalideerde SBTi-doelstelling is een van de weinige objectieve signalen die financiers kunnen gebruiken om duurzaamheidsambities te onderscheiden van marketingclaims.
- Geloofwaardigheid en anti-greenwashing-positionering. In een markt vol zelfverklaarde “klimaatneutrale” bedrijven is een SBTi-validatie een van de weinige externe bevestigingen van klimaat-ambitie die daadwerkelijk iets zegt. Met de opkomst van de EU Green Claims Directive en toenemende toezichtsdruk op duurzaamheidsclaims wordt externe validatie steeds belangrijker.
Het SMB Pathway: SBTi speciaal voor het MKB
Tot 2020 was SBTi primair gericht op grote bedrijven, met complexe vereisten die voor MKB-bedrijven nauwelijks uitvoerbaar waren. Meerdaagse consultancy-trajecten, uitgebreide scope 3-analyses en hoge validatiekosten maakten het voor kleinere ondernemingen onrealistisch.
In 2020 lanceerde SBTi het SMB Pathway (Small and Medium Business Pathway), specifiek ontworpen voor bedrijven met minder dan 500 voltijdsmedewerkers. De kern van het SMB Pathway is dat het vereenvoudigd is zonder de wetenschappelijke onderbouwing te compromitteren. De sleutelversoepeling ten opzichte van het standaard corporate pathway:
- Alleen een near-term doelstelling is bij aanmelding vereist. Grote bedrijven moeten zowel een kortetermijndoelstelling (2025–2030) als een langetermijndoelstelling (netto-nul 2050) indienen. Voor het SMB Pathway is aanvankelijk alleen de near-term doelstelling verplicht voor initiële validatie.
- Vereenvoudigde scope 3-beoordeling. Tenzij scope 3 meer dan 40 procent uitmaakt van uw totale emissies (wat voor sommige sectoren zeker geldt), kunt u starten met uitsluitend scope 1 en 2 doelstellingen. De 40-procent-drempel wordt bepaald via een eenvoudige screening, niet via een volledige scope 3-analyse.
- Gestandaardiseerde rekentool. SBTi biedt een gratis SMB Target Setting Tool waarmee u op basis van uw baseline-emissies en uw sector de vereiste jaarlijkse reductie berekent. Het rekenwerk is daarmee grotendeels geautomatiseerd.
- Gereduceerde validatiekosten. Voor SMB-bedrijven gelden aanzienlijk lagere tarieven dan voor grote ondernemingen. Controleer de actuele tarieven op de SBTi-website, want deze worden periodiek herzien.
Wat vereist SBTi precies? Vereist versus aanbevolen
Hier zit de meeste verwarring, en ik wil dit zo helder mogelijk uit elkaar trekken.
Verplicht voor SMB Pathway-validatie:
- Scope 1- en scope 2-emissies gemeten voor een basisjaar, bij voorkeur het meest recente jaar waarvoor volledige data beschikbaar is. Een basisjaar ouder dan vijf jaar vereist onderbouwing.
- Een near-term reductiedoelstelling voor scope 1 en 2 die in lijn is met een 1,5-graden-traject. Voor de meeste sectoren betekent dit een absolute reductie van minimaal 42 procent tussen 2020 en 2030, of een equivalente jaarlijkse reductievoet voor andere basisjaren.
- Als scope 3 meer dan 40 procent uitmaakt van uw totale scope 1+2+3 emissies: ook een scope 3-doelstelling, gericht op de meest materiële categorieën.
- Een tijdshorizon van maximaal tien jaar voor de near-term doelstelling, gerekend vanaf het basisjaar.
- Jaarlijkse voortgangsrapportage na goedkeuring, openbaar gepubliceerd via de SBTi-portal of via CDP.
- Formele goedkeuring van de doelstelling door het bestuur of de directie, gedocumenteerd in een bestuursbesluit.
Sterk aanbevolen maar niet vereist bij initiële indiening:
- Langetermijndoelstelling voor netto-nul uiterlijk 2050, conform het SBTi Corporate Net-Zero Standard
- Scope 3-doelstelling als scope 3 minder dan 40 procent vertegenwoordigt
- Externe verificatie (assurance) van de CO2-footprint door een derde partij
- Uitgebreide scope 3-rapportage voor alle vijftien GHG Protocol-categorieën
Wat ik bedrijven altijd adviseer: neem de langetermijndoelstelling toch alvast mee bij de initiële indiening. Klanten en financiers kijken steeds vaker naar de netto-nul commitment voor 2050, en het kost relatief weinig extra inspanning om dit bij de initiële indiening op te nemen. Het maakt uw ambitie completer en toekomstbestendiger.
Realistische tijdlijn: van baseline tot goedgekeurde doelstelling
Op basis van mijn begeleiding van MKB-bedrijven door het SMB Pathway ziet een realistische tijdlijn er als volgt uit:
- Maand 1–2: baseline-emissiemeting. Verzamel scope 1- en scope 2-data voor minimaal één volledig rapportagejaar, bij voorkeur drie jaar voor een betrouwbare trendlijn. Documenteer uw berekeningswijze en gebruikte emissiefactoren. Dit is het fundament waar de hele doelstelling op rust — investeer hier voldoende tijd in.
- Maand 2: scope 3 materialiteitscheck. Maak een snelle kwalitatieve inschatting of scope 3 meer dan 40 procent van uw totale emissies vertegenwoordigt. Een spend-based berekening van de meest voor de hand liggende categorieën is hiervoor voldoende — u hoeft nog geen volledige scope 3-analyse te maken.
- Maand 2–3: doelstelling formuleren via de SBTi SMB Tool. Download de gratis SBTi SMB Target Setting Tool (Excel-gebaseerd). Voer uw baseline-emissies in en selecteer uw sector. De tool berekent de vereiste jaarlijkse reductie voor een 1,5-graden-traject in uw specifieke sector, waarbij sectorspecifieke decarbonisatiepaden worden meegewogen.
- Maand 3: intern bestuursbesluit. SBTi vereist dat het bestuur of de directie de doelstelling formeel goedkeurt. Documenteer dit in notulen of een bestuursbesluit. Dit is een formele vereiste die regelmatig over het hoofd wordt gezien en die het validatieproces kan vertragen als het ontbreekt.
- Maand 3–4: aanmelding via het SBTi-platform. Maak een account aan op het SBTi-platform, vul het aanmeldformulier volledig in, upload uw onderbouwende documenten en betaal de validatievergoeding. Controleer vooraf de actuele documentatievereisten op de SBTi-website, want deze worden periodiek bijgewerkt.
- Maand 4–9: validatieproces bij SBTi. SBTi beoordeelt uw ingediende doelstelling. De doorlooptijd varieert van twee tot zes maanden, afhankelijk van de werkdruk bij SBTi en de kwaliteit van uw indiening. Bij vragen of opmerkingen krijgt u een mogelijkheid tot aanvulling of toelichting via het platform.
- Maand 9–11: goedkeuring en publicatie. Na goedkeuring wordt uw bedrijf opgenomen in de openbare SBTi-database en mag u de officiële SBTi-badge gebruiken in externe communicatie. Vanaf dit moment bent u verplicht uw voortgang jaarlijks te rapporteren.
Vier veelvoorkomende misvattingen ontkracht
Misvatting 1: “SBTi is alleen voor grote bedrijven.”
Dit was tot 2020 gedeeltelijk waar. Het SMB Pathway maakt SBTi expliciet toegankelijk voor bedrijven met minder dan 500 medewerkers. Meer dan 10.000 bedrijven wereldwijd hebben inmiddels een SBTi-commitment of goedgekeurde doelstelling, en een groeiend deel daarvan is MKB. In Nederland groeide het aantal MKB-bedrijven met een SBTi-commitment in 2024 en 2025 aanzienlijk — met name in de technologie-, consultancy- en foodsector.
Misvatting 2: “CO2-compensatie telt mee voor onze SBTi-doelstelling.”
Dit is een cruciaal misverstand. CO2-compensatie via carbon offsets, bosplantprojecten of certificaten telt niet mee voor de SBTi near-term reductiedoelstelling. SBTi vereist werkelijke emissiereductie binnen uw waardeketen. Compensatie mag u rapporteren als aanvulling — SBTi noemt dit “beyond value chain mitigation” — maar het vervangt nooit werkelijke reductie. Ik zie dit misverstand het vaakst bij bedrijven die al investeren in compensatieprojecten en ervan uitgaan dat dit hun SBTi-traject verkort. Dat is helaas niet het geval.
Misvatting 3: “We moeten klimaatneutraal zijn voor 2030 als we SBTi doen.”
Een SBTi near-term doelstelling vereist niet dat u in 2030 netto-nul bent. Het vereist dat u een reductiepad inzet dat in lijn is met 1,5 graden Celsius. Voor de meeste sectoren betekent dit een absolute reductie van circa 42 procent in scope 1 en 2 tussen 2020 en 2030. Ambitieus, maar heel anders dan netto-nul. Het netto-nul doel wordt vervolgens gesteld voor uiterlijk 2050 in de langetermijndoelstelling.
Misvatting 4: “Na goedkeuring zijn we klaar.”
Na goedkeuring begint het echte werk. SBTi vereist jaarlijkse voortgangsrapportage, openbaar gepubliceerd. Bij een vijfjaarlijkse review beoordeelt SBTi of uw doelstelling nog steeds in lijn is met de meest actuele klimaatwetenschap en de bijgewerkte SBTi-methodologie. Als dat niet het geval is, kan aanscherping worden vereist. SBTi is een continu commitment, geen eenmalig keurmerk.
SBTi en COâ‚‚-Prestatieladder: concurrenten of complementair?
Een vraag die ik regelmatig krijg: moet u kiezen tussen SBTi en de COâ‚‚-Prestatieladder? Het antwoord is: nee, ze zijn complementair en de overlap in werkzaamheden is groot.
De COâ‚‚-Prestatieladder is primair gericht op de Nederlandse aanbestedingsmarkt en geeft direct commercieel voordeel bij overheidsopdrachtgevers. SBTi is een internationaal gevalideerde standaard die waarde heeft in klantrelaties met grote bedrijven, bij financiers en in internationale positionering. De CO2-footprint die u voor de Prestatieladder heeft opgesteld, is precies de basis die u gebruikt voor uw SBTi-doelstelling. De extra inspanning om beide te combineren is daarmee relatief beperkt.
Mijn advies aan bedrijven die overwegen te beginnen: start met de CO2-baseline, ongeacht of u uiteindelijk kiest voor SBTi, COâ‚‚-Prestatieladder of beide. Die baseline is het fundament van elke klimaatstrategie en hoe eerder u die heeft, hoe eerder u kunt beginnen met sturen op werkelijke reductie.
Het eerste gesprek dat ik met een nieuw bedrijf voer over SBTi duurt zelden meer dan een uur. Dat uur verandert vrijwel altijd de perceptie van “dit is iets voor grote bedrijven” naar “dit is binnen acht tot tien maanden haalbaar voor ons.” Want dat is precies wat het is: haalbaar, met de juiste voorbereiding en een realistische tijdlijn.
Over de auteur

Josefien Ploem
Klimaatstrategie, CO2.expert
Josefien Ploem is klimaatstrateeg bij CO2.expert en begeleidt organisaties van eerste meting tot geverifieerde impact. Ze helpt bedrijven hun scope 1, 2 en 3 emissies in kaart te brengen en bouwt reductiepaden die aansluiten op SBTi-doelstellingen en de CO₂-Prestatieladder. Ze studeerde aan de Universiteit Utrecht en combineert wetenschappelijke rigorositeit met praktische toepasbaarheid.
Veelgestelde vragen
Blijf op de hoogte
Maandelijks CO₂-nieuws voor Nederlands MKB.