Scope 1, 2 en 3 emissies: het verschil uitgelegd met voorbeelden
Scope 1, 2 en 3 zijn de drie categorieën van het GHG Protocol voor het inventariseren van broeikasgasemissies. Wat valt onder welk scope, hoe berekent u ze, en waarom is scope 3 veruit het moeilijkst?
Wie zijn CO₂-voetafdruk wil berekenen of rapporteren, stuit vrijwel meteen op de termen scope 1, 2 en 3. Ze komen uit het GHG Protocol Corporate Standard — de wereldwijde standaard voor het inventariseren van broeikasgasemissies. Het onderscheid tussen de drie scopes bepaalt wat u zelf kunt meten, wat u via leveranciers moet ophalen, en wat de betrouwbaarheid van uw rapportage is.
Scope 1: directe emissies uit eigen bronnen
Scope 1 omvat alle broeikasgassen die vrijkomen uit bronnen die u direct bezit of beheert. Het gaat altijd om emissies die plaatsvinden op uw eigen locatie of door uw eigen voertuigen.
Concrete voorbeelden:
- Gasverbruik van een cv-ketel of productie-installatie op uw terrein
- Brandstofverbruik van bedrijfsauto's op benzine, diesel of LPG
- Lekkage van koudemiddelen (F-gassen) uit airconditioning of koelcellen
- Verbrandingsprocessen in productieapparatuur die u eigenaar van bent
Hoe berekent u scope 1? U vermenigvuldigt het gemeten verbruik met een emissiefactor. Aardgas stoot bijvoorbeeld 1,79 kg CO₂e uit per m³; diesel circa 2,65 kg CO₂e per liter. De benodigde data staat doorgaans op uw energierekeningen en tankpassen.
Scope 2: indirecte emissies via ingekochte energie
Scope 2 gaat over de CO₂-uitstoot die vrijkomt bij de opwekking van energie die u inkoopt maar niet zelf produceert. U stoot de CO₂ niet zelf uit — dat doet de energiecentrale — maar uw verbruik is de oorzaak.
Concrete voorbeelden:
- Elektriciteitsverbruik uit het net (kantoorverlichting, computers, productie)
- Stoom of warmte afgenomen van een extern warmtenet of leverancier
Het GHG Protocol onderscheidt twee berekeningsmethoden voor scope 2:
- Location-based: u gebruikt de gemiddelde emissiefactor van het nationale elektriciteitsnet (Nederland 2025: circa 0,38 kg CO₂e/kWh)
- Market-based: u gebruikt de factor van uw specifieke energiecontract — bij gecertificeerde groene stroom met garanties van oorsprong (GvO's) is dat vrijwel nul
Overstappen op groene stroom is daarmee de snelste manier om scope 2 te elimineren in de market-based methode.
Scope 3: alle overige ketengebonden emissies
Scope 3 omvat alle broeikasgasemissies in uw waardeketen die niet onder scope 1 of 2 vallen. Dit zijn emissies die plaatsvinden bij derden — uw leveranciers, transporteurs, klanten en werknemers — maar die het gevolg zijn van uw bedrijfsactiviteiten.
Het GHG Protocol onderscheidt 15 scope 3-subcategorieën. De meest relevante voor een gemiddeld MKB-bedrijf:
- Categorie 1 — ingekochte goederen en diensten: de CO₂-voetafdruk van alles wat u inkoopt, van grondstoffen tot kantoorartikelen en zakelijke diensten
- Categorie 4 — upstream transport: vrachttransport van uw leveranciers naar uw locatie, betaald door u of door de leverancier
- Categorie 6 — zakelijke reizen: vluchten, treinen, hotels op naam van uw medewerkers
- Categorie 7 — woon-werkverkeer: hoe uw medewerkers dagelijks van huis naar het werk reizen
- Categorie 11 — gebruik van verkochte producten: de CO₂ die vrijkomt als uw klanten uw producten gebruiken (denk aan elektronica of verwarmingsketels)
Voor de meeste kantoor- en dienstverlenende bedrijven vertegenwoordigt scope 3 meer dan 80% van de totale CO₂-voetafdruk — terwijl de meeste rapportages alleen scope 1 en 2 bevatten.
Waarom is scope 3 het moeilijkst?
Scope 3-data verzamelen is complex om drie redenen. Ten eerste bent u afhankelijk van informatie van andere partijen: leveranciers, vervoerders en werknemers moeten data aanleveren die ze zelf misschien niet bijhouden. Ten tweede is de omvang groot: categorie 1 (inkoop van goederen en diensten) kan tientallen leveranciers omvatten, elk met hun eigen voetafdruk. Ten derde is de nauwkeurigheid beperkt: de meest gebruikte methode — spend-based berekening via sector-emissiefactoren — geeft een schatting, geen exacte meting.
Praktisch beginpunt: identificeer de drie scope 3-categorieën die waarschijnlijk het zwaarst wegen voor uw sector en begin daar met dataverzameling. Gebruik de spend-based methode als tussenoplossing; vervang die geleidelijk door activiteitsdata van de grootste leveranciers.
Welke scopes zijn verplicht?
Dat hangt af van de norm of wet die van toepassing is:
- CO₂-Prestatieladder niveau 3: scope 1, 2 en geselecteerde scope 3-categorieën
- PAS 2060 (CO₂-neutraliteitsclaim): scope 1 en 2 verplicht; scope 3 waar materieel (meer dan 1% van totaal)
- CSRD (grote bedrijven): scope 1, 2 én 3 volledig verplicht
- SBTi net-zero: scope 3 verplicht als het meer dan 40% van de totale emissies uitmaakt
Voor MKB dat begint met CO₂-rapportage: start met scope 1 en 2 als fundament, en voeg de zwaarste scope 3-categorieën toe zodra u die betrouwbaar kunt kwantificeren.
Over de auteur
Thomas Bouwman
MKB-duurzaamheidsadviseur
Thomas Bouwman begeleidt middelgrote bedrijven bij hun transitie naar CO₂-neutrale bedrijfsvoering. Na tien jaar als operationeel manager in de maakindustrie werkt hij nu als zelfstandig adviseur, gespecialiseerd in de CO₂-Prestatieladder en praktische reductiestrategieën voor het MKB. Hij schrijft regelmatig over wat in de praktijk wél en niet werkt — zonder modieuze termen.
Blijf op de hoogte
Maandelijks CO₂-nieuws voor Nederlands MKB.